Einde inhoudsopgave
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/I.3
I.3 Verfügung von Todes wegen
prof. mr. F.W.J.M. Schols, datum 24-03-2006
- Datum
24-03-2006
- Auteur
prof. mr. F.W.J.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS580326:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor het begrip ‘Testament’ en de ‘einseitige Verfügung von Todes wegen’ wordt in §1937 BGB ook de term ‘letztwillige Verfügung’ gebruikt. Dit om aan te duiden dat het hier het ‘laatste woord’ van de erflater betreft over de vererving van zijn nalatenschap. Het begrip ‘letztwilligeVerfügung’ doelt óók op de afzonderlijke beschikking. Palandt-Edenhofer, BGB, § 1937, Rn. 1. In Duitsland wordt het onderscheid gemaakt tussen de uiterste wilsbeschikking en het fysieke stuk (‘Urkunde’). Zie bijvoorbeeld § 2256 BGB. Zie voor Nederland Memorie van Antwoord, 3771, nr. 6, p. 23: ‘In het nieuwe derde lid worden de woorden “uiterste wil” derhalve gebezigd in formele zin, d.w.z. als aanduidende een, uiterste wilsbeschikkingen bevattende, akte die aan de in afdeling 4.3.5 gestelde vormvereisten voldoet. Ook bijvoorbeeld artikel 1.15.3.1 van het nieuwe wetboek bezigt “uiterste wil” in deze zin. In sommige gevallen worden de woorden “uiterste wil” in het ontwerp ook in materiële zin gebruikt, nl. als het geheel van uiterste wilsbeschikkingen, welke de erflater in één akte of in meer dan één akte heeft getroffen.’ Een rommeltje derhalve.
Reimann in Dittmann-Reimann-Bengel, Systematischer Teil A, I, Rn. 3.
Zie voor Nederland afd. 4.5.6 en Handboek Nieuw Erfrecht (2002), F.W.J.M. Schols, p. 94 e.v.
Om hierna het Duitse erfrecht met bindende elementen goed te kunnen doorgronden, is het zinvol aandacht te besteden aan het begrip ‘Verfügung von Todes wegen’. Dit begrip omvat het ‘Testament’, oftewel de ‘einseitige Verfügung von Todes wegen’ en het ‘Erbvertrag’. Verwezen wordt respectievelijk naar §1937 BGB en § 1941 BGB. Het begrip ‘Verfügung’ wordt echter ook gebezigd ter aanduiding van de afzonderlijke beschikking. Zie in dit kader § 2085 en § 2253 BGB.1 Gelet op het eenzijdige karakter van de Nederlandse uiterste wilsbeschikking heeft de ‘einseitige Verfügung von Todes wegen’ de meeste trekken van de uiterste wilsbeschikking. ‘Verfügung’ dient men hier overigens te lezen als ‘Willenserklärung’.2 Het Erbvertrag kan als overeenkomst de vergelijking met de Nederlandse uiterste wilsbeschikking niet doorstaan. Het Erbvertrag krijgt ruim aandacht in hoofdstuk V. De ‘einseitige Verfügung vonTodes wegen’ schept, net als de uiterste wilsbeschikking naar Nederlands recht, geen rechtsbanden tijdens leven en kan als eenzijdige rechtshandeling steeds herroepen worden. De herroepingsmogelijkheid is neergelegd in § 2253 BGB:
‘Der Erblasser kann ein Testament sowie eine einzelne in einem Testament enthaltene Verfügung jederzeit widerruffen.’
De herroeping geschiedt in beginsel door middel van een uitdrukkelijke uiterste wilsbeschikking (‘ein reinesWiderrufstestament’; § 2254 BGB), maar kan ook door ‘Vernichtung’, ‘Veränderung’ (§ 2255 BGB), ‘Rücknahme’ (§ 2256 BGB), dan wel door middel van een latere ‘tegenstrijdige’ uiterste wilsbeschikking (§ 2258 BGB) geschieden.3 Anders dan in Nederland wordt op de mogelijkheid tot herroeping van een eenzijdige uiterste wilsbeschikking in Duitsland een uitzondering gemaakt. Dit speelt bij het zogenaamde ‘gemeinschaftliches Testament’ (§ 2271 BGB), dat wat herroepelijkheid betreft, zweeft tussen het Erbvertrag en de ‘einseitigeVerfügung von Todes wegen’. Deze variant kan overigens slechts worden gemaakt door echtgenoten, en thans ook door de ‘Lebenspartner’. Ook het ‘gemeinschaftliches Testament’ krijgt nadere aandacht in hoofdstuk V.