Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/25.2.3:25.2.3 Bevoegdheden tot gebruik
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/25.2.3
25.2.3 Bevoegdheden tot gebruik
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS482444:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
M.-S.-Hodes-Dehner, Bundesnachbarrecht (7.A) B7, p. 3; BGH NJW 65, 389; ‘es ist wie die Unterhaltungspflicht Inhalt des Grundeigentums und als dessen Bestandteil nicht für sich übertragbar; die beiderseitigen Rechte und Pflichten sind sachenrechtlichter Natur’.
M.-S.-Hodes-Dehner, Bundesnachbarrecht (7.A) B7, p. 4 en 13.
M.-S.-Hodes-Dehner, Bundesnachbarrecht (7.a)B7, p. 13.
M.-S.-Hodes-Dehner, Bundesnachbarrecht (7.A) B7, p. 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als heersende leer mag worden aangenomen dat de §§ 921 en 922 BGB ‘eine Art’ wettelijke beperkingen van eigendomsbevoegdheden inhouden.1
De heersende leer neemt als uitgangspunt dat de genoemde paragrafen van toepassing zijn op de gevallen
‘in welchen ein Grunddienstbarkeitsverhältnis nicht oder noch nicht erwiesenermassen vorhanden ist.’2
Teneinde het verschil met na melden opvatting van Dehner te benadrukken nog een citaat:
‘Natürlich bleibt es beiden Nachbarn überlassen, das gesetzliche Mitbenutzungsrecht an der Grenzeinrichtung durch Vereinbarungen, die im Wege der Dienstbarkeitsbestellung auch dinglichen Charakter erhalten können, zu ändern oder auszuschalten.’3
In afwijking van deze leer is Dehner van mening dat hij die een recht van gebruik claimt moet stellen dat hij bevoegd is tot gebruik van de muur krachtens een erfdienstbaarheid of krachtens een obligatoire overeenkomst. Ingeval de buurman het bestaan van een en ander ontkent treedt het vermoeden van § 921 BGB in. Op de aangesproken buurman rust alsdan de last om te bewijzen dat van dergelijke gebruiksrechten geen sprake is omdat de beweerde erfdienstbaarheid of de beweerde obligatoire overeenkomst niet bestaat.4