25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/72.7:72.7 Conclusie
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/72.7
72.7 Conclusie
Documentgegevens:
prof. mr. M.W. Scheltema, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. M.W. Scheltema
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor is uiteengezet wat onder AI moet worden verstaan is en welke mogelijke risico’s deze met zich kan brengen. Vervolgens is gesignaleerd dat op het terrein van de ontwikkeling en het gebruik van AI al de nodige (ethische) begin- selen zijn opgesteld. Deze zijn zowel afkomstig van private partijen, internationale multi-stakeholder organisaties als van door overheden daarvoor uitgenodigde denktanks. Deze beginselen zijn grotendeels vergelijkbaar, maar zijn dermate algemeen dat deze niet als concrete normen voor het ontwikkelen en gebruik van AI kunnen dienen. Verder brengen de snel voortschrijdende technische ontwikkelingen mee dat wetgeving op dit terrein, op een aantal uitzonderingen na, lastig is, zeker ook gelet op het internationale speelveld. Het ligt daarom voor de hand effectieve TPR op dit terrein te stimuleren. Dat betekent echter niet dat de overheid het daarbij kan laten. Er moet worden nagedacht of nieuwe toezichthouders nodig zijn en/of de huidige toezichthouders op bepaalde terreinen nieuwe bevoegdheden zouden moeten worden toegekend om effectief (meta)toezicht op (TPR die geldt voor) AI, te kunnen uitoefenen. In dat verband is belangrijk dat AI voldoende transparant wordt om daarop toezicht te kunnen uitoefenen. Ook zal aanpassing van de Awb nodig zijn om gebruik van AI door de overheid in het kader van toezicht (met name in het kader van het EVRM) te accommoderen. Daarnaast zal kennisopbouw bij de overheid en toezichthouders noodzakelijk zijn. De regulering van AI zal ons daarom naar verwachting de komende tijd het nodige (denk)werk verschaffen.