25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/72.1:72.1 Inleiding
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/72.1
72.1 Inleiding
Documentgegevens:
prof. mr. M.W. Scheltema, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. M.W. Scheltema
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik gebruik de term AI omdat KI onjuiste associaties op zou kunnen roepen.
Dat moment wordt echter thans als niet zeer nabij ingeschat. Zie Alan L. Schuller, ‘At the Crossroads of Control: The Intersection of Artificial Intelligence in Autonomous Weapon Systems with International Humanitarian Law’, Harvard National Security Journal 2017 (vol. 8), p. 424.
Vgl. Schuller 2017, p. 424.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artificial Intelligence (AI) of ook wel kunstmatige intelligentie1 krijgt steeds meer aandacht en gaat onze maatschappij mogelijk drastisch beïnvloeden. Of, wanneer, in welke mate en op welke terreinen dat zal gaan gebeuren is op dit moment echter nog onduidelijk. De ontwikkeling van AI gaat snel, maar vooralsnog zijn vooral beperktere (maar op de specifieke functie heel vernuftige) systemen operationeel. Zo winnen AI systemen al lang van de beste schakers ter wereld en is niet heel lang geleden ook de wereldkampioen Go (dat wordt gezien als het intellectueel meest complexe spel) verslagen. AI systemen spelen ook op vele andere terreinen een rol zoals op het gebied van gezondheid, fraudepreventie, het aanbieden van producten en diensten, vervoer, energie, financiële wereld, accountancy, juristerij en nog veel meer. Kortom, de (mogelijke) maatschappelijke impact van AI is niet te onderschatten.
Hoewel AI naar verwachting veel mooie dingen kan brengen, maatschappelijke vooruitgang kan bewerkstelligen en tot kostenbesparing kan gaan leiden, kleven er ook potentiële nadelen aan. Dat geldt bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechten, vergroting van ongelijkheid, verlies van banen, misbruik (bijvoorbeeld door criminelen), inbreuken op intellectuele eigendomsrechten en eerlijke concurrentie. Naarmate AI ‘intelligenter’ wordt en zelfs intelligenter dan de mens als zodanig in alle functies die een mens vervult (‘singularity’),2 rijst zelfs de vraag of AI het gaat ‘overnemen’ van de mensheid zoals in vele science fiction literatuur of films het geval is of dat het juist de menselijke functies zal versterken en het leven plezieriger zal maken.3
De vraag die rijst is daarom of AI niet nu al (in enigerlei mate) moet worden gereguleerd om dergelijke mogelijke negatieve consequenties tegen te gaan. In dat verband kan de vraag worden gesteld of het daarvoor niet nog (veel) te vroeg is omdat we nog niet weten of, hoe en waar AI een dergelijke negatieve impact gaat hebben. Daarnaast is de vraag hoe eventuele regulering er uit zou moeten zien en in hoeverre transnationale private regulering (TPR) daarin een rol kan spelen. Daarbij wordt in het kader van het thema van deze bundel ook ingegaan op de vraag of ook de Awb in dit verband na 25 jaar aanpassing behoeft.
Alvorens op deze vragen in te gaan, zal kort worden ingegaan op AI en de mogelijke nadelige consequenties daarvan.