FED 2026/111
Verkrijging van aandelen in onroerendezaakrechtspersonen in het kader van een afsplitsing is onderworpen aan overdrachtsbelasting. Geen consolidatie van de bezittingen en schulden van de werkmaatschappijen omdat de indirecte aandeelhouders daarvan geen direct belang in de onroerendezaakrechtspersonen houden.
HR 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:202, m.nt. mr. G.J.W. Kinnegim
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 2026
- Magistraten
Mrs. Feteris, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
25/01387
- Noot
mr. G.J.W. Kinnegim
- JCDI
JCDI:BSD128338:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑02‑2026
ECLI:NL:HR:2026:202, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1146, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑10‑2025
- Wetingang
Art. 4 lid 1 letter a en 4 letter a Wet BRV; art. 2:334a BW
Essentie
Verkrijging van aandelen in onroerendezaakrechtspersonen in het kader van een afsplitsing is onderworpen aan overdrachtsbelasting. Geen consolidatie van de bezittingen en schulden van de werkmaatschappijen omdat de indirecte aandeelhouders daarvan geen direct belang in de onroerendezaakrechtspersonen houden.
Samenvatting
De Hoge Raad verklaart het beroep in (sprong)cassatie van belanghebbende ongegrond.
Uitspraak
Een BV, waarvan de aandelen worden gehouden door een gehuwd echtpaar met vier kinderen (twee zonen en twee dochters), verkrijgt aandelen in een viertal rechtspersonen in het kader van een juridische afsplitsing. Deze rechtspersonen voldoen aan de bezitseis van artikel 4 Wet BRV aangezien de bezittingen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.