De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/2.3.2.3:2.3.2.3 Het tijdstip van verkrijging van rechtspersoonlijkheid
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/2.3.2.3
2.3.2.3 Het tijdstip van verkrijging van rechtspersoonlijkheid
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232439:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het gevolg van het Duitse systeem van Anerkennung is, dat de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting pas ontstaat op het tijdstip dat de Anerkennung is verleend. Voor de bij leven opgerichte stichting wordt dat in de praktijk niet ervaren als een groot probleem. Dit ligt anders voor de bij dode opgerichte stichting.1 Door het vereiste van Anerkennung bestaat de bij dode opgerichte stichting per definitie nog niet op het tijdstip van overlijden, terwijl dat, net als in Nederland, vereist is om erfgenaam te kunnen zijn, zo blijkt uit § 1923 Abs. 1 BGB:
‘Erbe kann nur werden, wer zur Zeit des Erbfalls lebt.’
In 3.4.2.1 zullen wij zien hoe de Duitse wetgever dit probleem heeft opgelost.
Opgemerkt moet worden dat bij het recht een stichting op te richten een tweetal adders onder het gras zijn te ontwaren, de twee Anerkennungsvorbehalte:
de eis van dauernde und nachhaltige Zweckerfüllung (te bespreken in 2.3.2.5); en
het Gemeinwohlvorbehalt.
Het Gemeinwohlvorbehalt volgt uit § 87 BGB en houdt in dat de betrokken autoriteiten de bevoegdheid hebben een stichting te ontbinden of het doel daarvan te wijzigen als het doel van de stichting in strijd wordt geacht met het algemeen belang. Het Gemeinwohlvorbehalt gaat terug op de Republikaner-Stiftung2 en wordt beschouwd als het terugdraaien van de tijd naar die van de Obrigkeitsstaat. De bedoeling van het Gemeinwohlvorbehalt is te voorkomen dat een stichting een doel kan hebben dat kan leiden tot strijd met het algemeen belang. Van daadwerkelijke strijd met het algemeen belang hoeft (nog) geen sprake te zijn. Het Gemeinwohlvorbehalt is daardoor naar zijn aard een politieke afweging.3 In de Duitse literatuur is veel kritiek geleverd op het Gemeinwohlvorbehalt vanwege zijn strijd met het grondrechtelijke recht tot oprichting van een stichting.4