Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.6.1
9.6.1 Bankenunie
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS450522:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de bankenunie onder meer: Spoor & Fleuren 2013; Bovenschen e.a. 2013; Moloney 2014; Busch & Ferrarini 2015; Wissink 2015; Drijber 2015; Ter Kuile 2015; Ter Kuile, Wissink & Bovenschen 2015; Wojcik 2016; Duijkersloot 2016, p. 9, 21-22.
Verordening (EU) nr. 1024/2013 (PbEU 2013, L 287/63) van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen; Richtlijn 2014/49/EU (PbEU 2014, L 173/149) van 16 april 2014 inzake de depositogarantiestelsels; Verordening (EU) nr. 806/2014 (PbEU 2014, L 225/1) van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010. Hoewel nadere regels tot stand zijn gekomen over een gezamenlijk depositogarantiestelsel, is één Europees stelsel vooralsnog toekomstmuziek. Zie ook de medeling van de Europese Commissie van 11 oktober 2017 over de voltooiing van de bankenunie: COM (2017) 592 definitief.
Verordening (EU) nr. 1024/2013 (PbEU 2013, L 287/63) van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, zie met name artikel 4. Deze verordening is gebaseerd op artikel 127, zesde lid, VWEU, waarin staat dat bij verordeningen aan de ECB specifieke taken kunnen worden opgedragen op bepaalde terreinen. Vooralsnog heeft geen enkel niet-euroland zich aangesloten bij het gemeenschappelijk toezicht. Het toezicht omvat alle banken in de eurozone. Deels voert de ECB dit toezicht direct uit. Voor ‘minder significante’ instellingen verloopt dit in beginsel via de nationale autoriteiten, zie artikel 6 Verordening (EU) nr. 1024/2013. Op grond van deze bepaling kan de ECB echter op ieder moment besluiten om het toezicht direct uit te gaan voeren.
Artikel 33, tweede lid, Verordening (EU) nr. 1024/2013. Een jaar eerder, op 7 november 2013, is het interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement en de ECB van kracht geworden, waarin is vastgelegd hoe de ECB verantwoording aflegt aan het Europees Parlement over haar toezichtstaken, zie: Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank over de praktische regelingen in verband met de uitoefening van democratische verantwoordingsplicht en toezicht op de uitoefening van de taken die in het kader van het gemeenschappelijk toezichtmechanisme aan de Europese Centrale Bank zijn opgedragen, 2013/694/EU (PbEU 2013, L320/1). Om belangenverstrengeling binnen de ECB te voorkomen zijn de toezichtstaken gescheiden van de monetaire taken, zie artikel 25 Verordening (EU) nr. 1024/2013.
Zie ook: Kamerstukken II 2014/15, 21501-07, 1241.
De voorstellen voor een bankenunie uit het eindrapport bestaan uit drie onderdelen: gemeenschappelijk toezicht op het Europees bankensysteem, een gezamenlijke depositogarantieregeling en een gemeenschappelijk kader voor de afwikkeling van banken.1 Het grootste deel van deze plannen is inmiddels gerealiseerd.2
Het toezicht op banken is daarmee grotendeels verschoven van nationaal naar Europees niveau, nadat tijdens de eurocrisis bleek wat de gevolgen waren van nationaal georganiseerd toezicht op Europees of zelfs mondiaal opererende banken. Het toezicht wordt in de meeste gevallen uitgeoefend door de ECB, in nauwe samenwerking met de nationale centrale banken.3 Deze nieuwe taken van de ECB worden aangeduid als het Gemeenschappelijk Toezichtmechanisme (GTM), oftewel het Single Supervisory Mechanism (SSM). Na een uitvoerige beoordeling van de financiële gezondheid van banken is de ECB op 4 november 2014 begonnen met de uitoefening van deze taken.4 Mocht een instelling, die onder het gemeenschappelijk toezicht door de ECB valt, in financiële problemen komen, dan komt vervolgens het zogeheten Single Resolution Mechanism (SRM) in beeld. In dit kader wordt bekeken hoe een bank ‘afgewikkeld’ moet worden. Maatregelen kunnen worden getroffen om een faillissement af te wenden als dat nodig is voor de stabiliteit van het financiële stelsel als geheel. Het doel van deze maatregelen is dat niet langer de belastingbetaler voor de kosten opdraait, met alle gevolgen voor de overheidsfinanciën van dien, maar dat de banken, aandeelhouders en schuldeisers voortaan zelf moeten bijspringen om een bank overeind te houden. In zoverre speelt dan, anders dan bij eerdere reddingen van banken, het nationale budgetrecht geen rol meer, waardoor de bankenunie in dit proefschrift slechts kort aan bod komt.5