Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.9.2:6.3.9.2 Vergelijking met andere disciplines en rechtsgebieden
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.9.2
6.3.9.2 Vergelijking met andere disciplines en rechtsgebieden
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS609015:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Overigens zal dit ‘aandeelhoudersabsenteïsme’ bij familie-BV’s niet in dezelfde mate aan de orde zijn als bij beurs-NV’s.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in hoofdstuk 5 is beschreven, wordt aanverwantschap bij beëindiging van het huwelijk niet opgeheven. Dit vloeit voort uit art. 1:3 lid 3 BW. Dit betekent dat bloedverwanten van de echtgenoot van de belastingplichtige, die door het huwelijk ‘aanverwanten’ zijn geworden, dat ook blijven na een echtscheiding. In art. 4.2 Wet IB 2001 is echter bepaald dat het aanverwantschap, in afwijking van art. 1:3 lid 3 BW, voor de toepassing van de aanmerkelijkbelangregeling wel eindigt na een echtscheiding.
In hoofdstuk 2 tot en met 4 is gebleken dat met name organisatorische en economische verbondenheid belangrijk zijn in de bedrijfseconomie, het ondernemingsrecht en het jaarrekeningenrecht. Financiële verbondenheid op basis van kapitaalbelang speelt in deze disciplines slechts een beperkte rol. Voor het ‘aanmerkelijk belang’ in de zin van art. 4.6 Wet IB 2001 wordt echter uitsluitend aangeknoopt bij een financieel belang; aan economische en organisatorische verbondenheid wordt geen aandacht besteed. In dit verband heb ik in hoofdstuk 3 opgemerkt dat de zeggenschap die is verbonden aan een aandelenbelang, niet zonder meer duidt op organisatorische verbondenheid, omdat het niet gaat om een rechtstreekse beïnvloeding van het ondernemingsbeleid. De zeggenschap in de ava kan de organisatorische verbondenheid wel ondersteunen, maar of daar effectief sprake van is, hangt in grote mate af van het ‘aandeelhoudersactivisme’ c.q. het ‘aandeelhoudersabsenteïsme’.1 Nu de aanmerkelijkbelangregeling erop is gericht om de grootaandeelhouder te behandelen als ‘ondernemer’, zouden economische en organisatorische verbondenheid naar mijn mening ook van belang moeten zijn.