Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/7.1:7.1 Inleiding en opbouw
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/7.1
7.1 Inleiding en opbouw
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183488:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de hoofdstukken 5 en 6 stond ik stil bij het sluiten van een verzekering. In dit hoofdstuk onderzoek ik de mededingingsrechtelijke aspecten van de inhoud van een verzekeringsovereenkomst die gesloten kan zijn door middel van coassurantie of bij een pool. Wanneer de inhoud van een verzekeringsovereenkomst wordt bezien in het licht van het mededingingsrecht, is het vooral het gebruik van standaardvoorwaarden dat de aandacht verdient. Standaardisering van polisvoorwaarden bij verzekeringen kan immers gevolgen hebben voor de door het mededingingsrecht geëiste zelfstandigheid van de marktpositionering, de productvormgeving, het commerciële beleid van verzekeraars en daarmee de mededinging. Standaardisatie kan voortvloeien uit aanbevelingen van brancheorganisaties, zoals het Verbond of de VNAB, voor leden om bepaalde standaardvoorwaarden te gebruiken in de contracten die zij aangaan. Ook in de coassurantiemarkt wordt gebruikgemaakt van standaardvoorwaarden. Dat roept de vraag op in hoeverre het gebruik van standaardvoorwaarden bij coassurantie of verzekeringspools spanning geeft met het mededingingsrecht. De beantwoording van die vraag staat in dit hoofdstuk centraal.
Dit hoofdstuk is als volgt gestructureerd. Eerst geef ik in par. 7.2 een algemeen overzicht van het gebruik van standaardvoorwaarden op de coassurantiemarkt. Ik maak daarbij geen onderscheid tussen het gebruik van standaardvoorwaarden bij coassurantie of in verzekeringspools. Vervolgens toets ik in par. 7.3 de samenwerking die aan het vaststellen van standaardvoorwaarden ten grondslag ligt aan het kartelverbod. Bij deze toetsing van de relevante aspecten aan het kartelverbod, maak ik – vanwege de systematiek die in het kartelverbod ligt besloten – een onderscheid tussen de toetsing aan lid 1 en lid 3 van artikel 101 van het Werkingsverdrag, hetzij artikel 6 van de Mededingingswet. De conclusie van dit hoofdstuk is te vinden in par. 7.4.