Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/5.2.2
5.2.2 Wanprestatie individuele accountant in relatie tot accountantsorganisatie-rechtspersoon
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS296863:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De accountantsorganisatie-rechtspersoon kan tevens aansprakelijk worden gesteld voor onrechtmatig handelen. In paragraaf 3.3.4 heb ik reeds de samenloop tussen contractuele aansprakelijkheid jegens een opdrachtgever en buitencontractuele aansprakelijkheid tegenover dezelfde opdrachtgever besproken.
Artikel 6:76 BW luidt: ‘Maakt de schuldenaar bij de uitvoering van een verbintenis gebruik van de hulp van andere personen, dan is hij voor hun gedragingen op gelijke wijze als voor eigen gedragingen aansprakelijk’.
Hulppersonen kunnen zowel ondergeschikten als niet-ondergeschikten zijn, zie paragraaf 5.2.4 inzake het onderscheid tussen ondergeschikten en niet-ondergeschikten. Olthof, in: T&C BW, Artikel 76, Boks (2002), p. 167.
De vraag wie hulppersoon is, wordt onder andere beantwoord aan de hand van de inhoud van de overeenkomst. De Jong (2010), § 4.1, Tjong Tjin Tai (2010), nr. 10.
Model Algemene voorwaarden variant 1, zoals op 19 juni 2017 gedeponeerd bij de Griffie van de Rechtbank te Amsterdam onder nummer 39/2017.
De accountantsorganisatie-rechtspersoon is slechts aansprakelijk voor beroepsfouten van de aan haar verbonden accountants indien deze beroepsfout ook aan de accountantsorganisatie-rechtspersoon zou kunnen worden toegerekend, wanneer zij de beroepsfout zelf zou hebben gemaakt (‘dan is hij voor hun gedragingen op gelijke wijze als voor eigen gedragingen aansprakelijk’). Verder dient de accountant direct bij de uitvoering van de opdracht betrokken te zijn geweest en moet de beroepsfout gemaakt zijn bij de uitvoering van de opdracht ten aanzien waarvan de accountant aansprakelijk wordt gehouden. Van Emden & De Haan (2014), Tjong Tjin Tai (2010), nr. 10.
Van Emden & De Haan (2014), § 4.2 Contractuele aansprakelijkheid voor hulppersonen, met een verwijzing naar Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II (2017).
Deze paragraaf ziet op de omstandigheid dat de opdrachtgever de opdracht tot de wettelijke controle heeft verleend aan een accountantsorganisatie-rechtspersoon.1
Indien sprake is van een beroepsfout, kan de opdrachtgever de accountantsorganisatie-rechtspersoon als contractuele wederpartij aansprakelijk stellen voor een tekortkoming.2 De individuele accountant is echter verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke controle (artikel 1 lid 1 sub e en 18 lid 2 Wta). De accountant geeft de controleverklaring af en ondertekent deze met zijn eigen naam (artikel 2:393 lid 6 BW en artikel 29 Wta). Hij vermeldt daarbij de accountantsorganisatie waarbij hij werkzaam is of waaraan hij is verbonden (artikel 29 Wta). Hoe verhouden de betrokkenheid van de individuele accountant en de accountantsorganisatie-rechtspersoon als opdrachtnemer zich tot elkaar?
De hoofdregel bij contractuele aansprakelijkheid is dat de accountantsorganisatie-rechtspersoon als opdrachtnemer jegens de opdrachtgever aansprakelijk is voor fouten van de door de accountantsorganisatie ingeschakelde hulppersonen (artikel 6:76 BW3). Een hulppersoon is een ieder die bij de uitvoering van een verbintenis wordt ingeschakeld.4 De accountant die de controleverklaring afgeeft is een hulppersoon van de accountantsorganisatie-rechtspersoon waarbij hij werkzaam is of waaraan hij is verbonden.5 De opdrachtgever kan derhalve de accountantsorganisatie-rechtspersoon (als contractuele wederpartij) aanspreken ter zake een toerekenbare tekortkoming van de individuele accountant. De schending van de zorgplicht bij de wettelijke controle door de individuele accountant zal op grond van artikel 6:76 BW kunnen worden toegerekend aan de accountantsorganisatie-rechtspersoon. Er is alsdan sprake van toerekening krachtens wet.
De toerekening op grond van artikel 6:76 BW is ook in lijn met het model Algemene voorwaarden6 zoals door de NBA geadviseerd. Artikel 1 f stelt: ‘Alle Opdrachten worden uitsluitend aanvaard en uitgevoerd door het kantoor, niet door of vanwege een individuele Medewerker, ongeacht of Opdrachtgever de Opdracht uitdrukkelijk of stilzwijgend heeft verleend met het oog op uitvoering hiervan door een bepaalde Medewerker of bepaalde Medewerkers’. Artikel 6:76 BW is van regelend recht. In het model is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid artikel 6:76 BW uit te sluiten.
Er zijn echter wel grenzen verbonden aan deze hoofdregel. Zie hierover nader de in de voetnoot aangehaalde literatuur.7 Ten aanzien van de vraag of een accountantsorganisatie-rechtspersoon die aansprakelijk is gesteld op grond van artikel 6:76 BW regres kan nemen op de accountant in kwestie, verwijs ik tevens naar de in de voetnoot opgenomen literatuur.8