Einde inhoudsopgave
Overeenkomst tot arbitrage (BPP nr. 13) 2011/10.2.2.2
10.2.2.2 Beperking tot bepaald soort geschilpunten of vorderingen
Mr. G.J. Meijer, datum 20-07-2011
- Datum
20-07-2011
- Auteur
Mr. G.J. Meijer
- JCDI
JCDI:ADS502242:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld het arbitraal beding dat A-G BERGER aanhaalt in zijn conclusie voor HR 26 oktober 1973 (SEEE/Republiek Joegoslavië), NJ 1974, 361, m.nt. PZ en H.F. van PANHUYS: 'Tout les différends et contestations pouvant naltre de l'exécution ou de 1 'application des clauses ou conditions régissant la présente convention seront soumis á l'arbitrage.' [cursief toegevoegd].
Zie SNIJDERS, preadvies, no. 2.22.
Zo zullen wij in het algemeen bij een beperking van het arbitraal beding tot bepaalde categorieën punten of vorderingen spoediger aannemen dat wel degelijk een beperking is beoogd dan bij een arbitraal beding dat geschillen 'under' een bepaalde overeenkomst aan arbitrage onderwerpt (vgl. ook 10.2.2.7).
House of Lords 17 oktober 2007 (Fiona Trust/Privalov), Yearb. Comm. Arb. 2007, blz. 654-682, no. 47 (Lord HOFFMANN) (zie voor de volledige tekst www.parliament.uk, no. 13).
Overigens is het onderscheid tussen de eis van een expliciete 'uitsluiting' van geschillen en de uit de tekst van het arbitraal beding afgeleide 'uitsluiting' van geschillen gerechtvaardigd; immers, voor een uitsluiting bij een arbitraal beding dat zich zo algemeen uitstrekt tot geschillen 'under' een bepaalde rechtsbetrekking, waarom het in de genoemde beslissing van de Engelse rechter ging, zal inderdaad mogen worden verlangd dat partijen expliciet bepalen dat (bepaalde) geschillen gesplitst worden afgedaan, wil men daadwerkelijk tot een splitsing overeenkomstig de intenties van partijen kunnen overgaan, terwijl dit op zich niet nodig is bij een arbitraal beding dat in reikwijdte al tot bepaalde geschillenpunten of vorderingen is beperkt, dit omdat op grond van de tekst daarvan vrij eenvoudig een afbakening en splitsing kan worden gemaakt als moet worden aangenomen dat partijen inderdaad een beperking hebben willen aanbrengen.
Vgl. ook FOUCHARD, GAILLARD & GOLDMAN, no. 517, POUDRET & BESSON, no. 306 (met referte aan jurisprudentie) en D. JOSEPH, Jurisdiction and Arbitration Agreements and their Enforcement, Londen 2010, 4.57 in fine en 4.58, die — volgend op de gedetailleerde uiteenzetting over de 'presumption in favour of one-stop arbitration' over de beperking van het arbitraal beding tot '[d]isputes or differences as to the construction of the contract' schrijft: 'This is a narrow form of words and has been held to cover the interpretation of the contract but not a claim for rectification.[...]. Tort claims also fall oustide this form of wording.'; ik meen dat te onzent hetzelfde zal mogen worden aangenomen; zulks kan weer anders zijn als het arbitraal beding tevens ziet op de 'uitvoering van de overeenkomst' (in dezelfde zin POUDRET EN BESSON, no. 306 en BORN, International Commercial Arbitration, blz. 1107, elk met referte aan jurisprudentie).
Zulks geldt ook voor het compromis, waarin partijen nog wel eens precies de vordering willen omschrijven (zie daartoe 4.3.2.2); zie ook Burg. Rv (SNIJDERS), art. 1020, aant. 2: 'Deze aanbeveling geldt m.m. ook voor het compromis. Men denke bijv. aan een vermeerdering van eis op dezelfde grondslag als de eis die uitdrukkelijk voorwerp vormt van het compromis. Een compromis ter zake van al het op dezelfde grondslag gevorderde zou dan beter kunnen zijn.'.
CRAIG, PARK & PAULSSON, 6.02.
Soms beperken partijen de reikwijdte van de overeenkomst tot arbitrage tot geschillen betreffende de interpretatie, uitvoering en beëindiging van de overeenkomst waarop de arbitrageovereenkomst betrekking heeft.1 Op grond van uitleg van de overeenkomst zal moeten worden vastgesteld of de arbitrageovereenkomst al dan niet het desbetreffende geschil bestrijkt (zie 4.2.2).2 Zo overweegt het hof in de zaak Van der Kloof/CSU:
’8.1 Het belangrijkste geschilpunt, namelijk de vraag of tussen Van der Kloof en CSU een overeenkomst tot stand gekomen is en Van der Kloof tot betaling gehouden is, behoort niet tot de "interpretatie, uitvoering en beëindiging van de overeenkomst" waartoe het arbitrale beding zich beperkt. (...)."3 [cursief toegevoegd]
De Hoge Raad kan in cassatie slechts beperkt toetsen wegens de feitelijke aard van de beslissing, doch overweegt dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was en geen nadere motivering behoefde:
’3.1. Het eerste middel A richt zich tegen 's hofs overweging 8.1, waarin het hof heeft geoordeeld, kort samengevat, dat het door Van der Kloof ingeroepen arbitrale beding geen betrekking heeft op het belangrijkste geschilpunt, namelijk de vraag of tussen Van der Kloof en CSU een overeenkomst is tot stand gekomen uit hoofde waarvan Van der Kloof tot betaling gehouden is (...).
Het middel faalt in al zijn onderdelen. Het oordeel van het hof berust op een uitleg van feitelijke aard van het arbitrale beding — dat spreekt van geschillen "omtrent interpretatie, uitvoering en beëindiging van de overeenkomst" — met het oog op de toepassing van dat beding in een situatie als in het onderhavige geval was ontstaan. Deze uitleg is mede in het licht van die situatie niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering."4 [cursief toegevoegd]
Zulks betekent dan dat de beslechting van het geschil in beginsel moet worden gesplitst (vragen betreffende de totstandkoming van de hoofdovereenkomst komen bij de gewone rechter en vragen betreffende de interpretatie, uitvoering en beëindiging bij arbiters) (zie wel 10.4.5.3). Een splitsing kan evenwel onwenselijk zijn en het is heel wel mogelijk dat partijen de reikwijdte van de overeenkomst tot arbitrage, ondanks het gebruik van terminologie als de vorenstaande, geenszins hebben willen beperken (zie ook 10.2.2.4).
Ik wil niet uitsluiten dat ook bij een beperking in de tekst van een arbitraal beding volgens welke partijen zich ertoe verbinden geschillen over bepaalde punten of vorderingen aan arbitrage te onderwerpen, kan worden aangenomen dat partijen ook geschillen buiten de letterlijke omschrijving in het arbitraal beding aan arbitrage hebben willen onderwerpen (zie daartoe ook 10.2.2.1 in fine). Maar naarmate de genoemde beperking specifieker is, zal mijns inziens minder ruimte bestaan voor een royale uitleg van het arbitraal beding 5 Ik wijs in dit opzicht tevens op de formulering van de uitzondering in de (in 1 0.2.2. 1) genoemde beslissing van de House of Lords: "The clause should be construed in accordance with this presumption unless the language makes it clear that certain questions were intended to be excluded from the arbitrator' s jurisdiction".6
Ofschoon mag worden aangenomen dat men hiermee slechts taalgebruik op het oog heeft dat bepaalde geschillen expliciet van arbitrage uitsluit, meen ik dat bij ons de uitsluiting van geschillen ook anderszins uit de formulering van het arbitraal beding kan voortvloeien.7 Zo kan mijns inziens worden aangenomen dat een beperking in een arbitraal beding dat zich volgens de tekst ervan uitstrekt tot een uiterst beperkt aantal typen of categorieën punten of vorderingen, of zelfs tot slechts één type geschilpunten of vorderingen, resterende punten van arbitrage uitsluit. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan een arbitraal beding dat (alleen) geschillen betreffende de uitleg van de overeenkomst aan arbitrage onderwerpt.8 Afhankelijk van de wijze van totstandkoming van de arbitrageovereenkomst, kan zelfs worden aangenomen dat de letterlijke tekst van het in reikwijdte beperkte arbitraal beding de intentie van partijen weergeeft. Het is alsdan aan de wederpartij (met tegenbewijs) aan te tonen dat de letterlijke tekst niet de intentie van partijen weergeeft en dat het arbitraal beding zich ook tot bepaalde resterende geschillen uitstrekt (zie 4.2.2 en 10.2.2.1 in fine).
In het algemeen kan het raadzaam zijn een overeenkomst tot arbitrage zo ruim als mogelijk te formuleren.9 Uiteraard kan het — met het oog op de verlangde expertise voor de beslechting van de uiteenlopende soorten geschillen — soms wenselijk zijn dat partijen bepaalde (bijvoorbeeld technische) geschilpunten aan arbiters voorleggen en de resterende punten aan de gewone rechter of aan arbiters die juristen zijn (niet technici). Overigens biedt arbitrage als voordeel dat een scheidsgerecht kan worden samengesteld dat uit juristen (of één jurist) en technici (of één technicus) bestaat.
Op het punt van de "beperking" van de arbitrageovereenkomst tot bepaalde soorten geschillen of vorderingen zien wij nogal eens dat een partij — als partijen in hun (hoofd)overeenkomst vergoeding van (bepaalde) schade hebben uitgesloten — zich erop beroept dat het scheidsgerecht niet bevoegd is als ondanks het beding dat schadevergoeding uitsluit een vordering strekkende tot betaling van schadevergoeding wordt ingesteld. De stelling van de desbetreffende partij is dan kennelijk dat de vordering strekkende tot betaling van schadevergoeding "buiten de overeenkomst" (dit met inbegrip van de overeenkomst tot arbitrage) valt en dat het scheidsgerecht dientengevolge zelfs niet bevoegd is om te bezien of — met terzijdestelling van het beding dat schadevergoeding uitsluit — nochtans vergoeding van schade kan worden toegekend. De zojuist genoemde stelling is in het algemeen onjuist. Aangenomen mag worden dat, als het beding tot uitsluiting van schadevergoeding in bepaalde gevallen op juridische gronden buiten toepassing moet worden gelaten, een scheidsgerecht daartoe wel degelijk bevoegd is en schadevergoeding kan toekennen.10 Het scheidsgerecht zal in beginsel ook bevoegd zijn te beslissen of partijen überhaupt (bepaalde) schade hebben uitgesloten. Zie op dit laatste punt ook het leerstuk van de separabiliteit van de overeenkomst tot arbitrage (zie 5.8.2). Het vorenstaande is uiteraard anders als partijen de overeenkomst tot arbitrage inderdaad hebben willen beperken tot bepaalde acties, en vorderingen tot betaling van schadevergoeding hebben willen uitsluiten. Uitleg moet uitwijzen of zulks het geval is (zie 4.2.2).