25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/30.1:30.1 Inleiding
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/30.1
30.1 Inleiding
Documentgegevens:
prof. mr. J.A.M.A Sluysmans, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. J.A.M.A Sluysmans
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover uitgebreid: J.A.M.A. Sluysmans, De vitaliteit van het schadeloosstellingsrecht in onteigeningszaken (diss. Leiden), Den Haag: IBR 2011, p. 35-40.
De verwachting bestaat dat ten tijde van het verschijnen van deze bijdrage een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ligt. Dit wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom moet ertoe leiden dat de regels van onteigeningsrecht een plaats zullen krijgen in de Omgevingswet.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In een bundel betreffende het bestuursrecht mag aandacht voor het onteigeningsrecht zeker niet ontbreken, maar men hoede zich ervoor het onteigeningsrecht eenvoudigweg te classificeren als bijzonder bestuursrecht. De omstandigheid dat de huidige onteigeningswet uit 1851 naar stellige verwachting binnen enkele jaren zal verdwijnen en de regels rond onteigening zullen worden ondergebracht in de Omgevingswet brengt daarin geen significante verandering. Zowel nu als straks begint de onteigeningsprocedure weliswaar met de tervisielegging van een ontwerpbesluit (afdeling 3.4 Awb), maar eindigt zij met een uitspraak van de burgerlijke rechter, want zowel nu als straks zal het pièce de résistance van het merendeel van de onteigeningsprocedures – namelijk het debat over de schadeloosstelling – worden gevoerd ten overstaan van de burgerlijke rechter. Niettegenstaande de verandering in verpakking blijft het onteigeningsrecht dus in wezen een rechtsgebied sui generis, met het ene been in het bestuursrecht en het andere in het civiele recht.1
Het is dat been dat ferm geplant is binnen het domein van het bestuursrecht waarin ik in deze beknopte bijdrage aandacht wil besteden. Met het oog op de nadering van nieuwe wetgeving2 kies ik ervoor om die aandacht te verdelen over huidig (en dus bijna: oud) recht en komend (nieuw) recht. Ik schets in beide gevallen kort de bestuursrechtelijke component van de onteigeningsprocedure om vervolgens de naar mijn smaak meest prangende aspecten daarvan voor het voetlicht te halen. Ik rond af met enkele observaties.