25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/30.4:30.4 Afdronk
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/30.4
30.4 Afdronk
Documentgegevens:
prof. mr. J.A.M.A Sluysmans, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. J.A.M.A Sluysmans
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het bestuursrecht heeft van stond af aan onderdeel uitgemaakt van het onteigeningsrecht, maar de verhouding tussen die twee disciplines schuurt. Dat is zo onder het huidige recht en dat zal onder het nieuwe recht niet anders zijn. De voornaamste reden voor die wrijving is naar mijn oordeel dat de bijzondere behoeften die het onteigeningsrecht kent – een zo vlot mogelijk procesverloop met verplichte rechterlijke betrokkenheid en gericht op finale geschilbeslechting, alsmede een ambtshalve vaststelling van een volledige schadeloosstelling – zich niet, althans nauwelijks laten verenigen met de systematiek en aard van het Nederlandse bestuursrecht, waarvan procedurele snelheid, finaliteit en een actieve rechter niet de meest in het oog springende kenmerken zijn.
Dat zaken beter en eenvoudiger zouden kunnen worden opgetuigd dan nu het geval is, staat voor mij niet ter discussie. Die slag van verbetering en vereenvoudiging wordt echter – als we op de voortekenen mogen afgaan – niet gemaakt in de komende wetgeving. Dat is een gemiste kans. Zoals ik al aangaf aan het begin van deze bijdrage: het onteigeningsrecht is een rechtsgebied sui generis. Het lijkt dan ook verstandig het als zodanig te benaderen: dan volgt het systeem de behoeften en worden die behoeften niet ondergeschikt aan het systeem.