Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/954
Procesrecht. Hoger beroep na afwijzing vordering benadeelde partij in strafzaak; moet rechter na eisvermeerdering ambtshalve mondelinge behandeling gelasten?
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1153
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide
- Zaaknummer
24/02272
- Conclusie
A-G mr. S.D. Lindenbergh
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1153, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:317, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Hoger beroep na afwijzing vordering benadeelde partij in strafzaak; moet rechter na eisvermeerdering ambtshalve mondelinge behandeling gelasten?
Samenvatting
Art. 6 EVRM noch de eisen van een goede procesorde brengen mee dat de rechter in hoger beroep ambtshalve een mondelinge behandeling moet gelasten indien het gaat om een vordering die in eerste aanleg op een strafzitting is behandeld als een vordering benadeelde partij. Dit geldt ook in een geval waarin in hoger beroep de eis wordt vermeerderd en in zoverre nog geen mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.
Partij(en)
[eiseres], eiseres tot cassatie, hierna: [eiseres], adv.: mr. M.W. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.