Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/4.5.7
4.5.7 Europees privaatrecht; codificatie van het Europees burgerlijk en burgerlijk procesrecht?
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576421:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld de Mededeling van de Europese Commissie aan de Raad en het Europese Parlement over Europees verbintenissenrecht, Brussel, 11 juli 2001, COM (2001) 398 def. en het Joint Network on European Private Law op www.copecl.org. Onder het Joint Network on European Private Law vallen diverse onderzoeksgroepen zoals 'The Study Group on a European Civil Code', 'The Research Group on the Existing EC Private Law (Acquis Group)', 'The Project Group on a Restatement of European Insurance Contract Law (Insurance Group)', 'The Association Henri Capitant together with the Société de Législation Comparée and the Conseil Supérieur du Notariat', 'The Common Core Group', 'The Research Group on the Economic Assessment of Contract Law Rules (Economic Impact Group)', 'The Database Group' en 'The Academy of European Law (ERA)'.
Zie het adviescommentaar van de Nederlandse Orde van Advocaten op het Groenboek, COM/2005/672 def. (www.advocatenorde.nl/wetenregelgeving/adviezen.asp, nr. 465, p. 2).
Möllers & Heinemann 2007, p. 425.
De Study Group on a European Civil Code kan worden gezien als de opvolger van de Commission on European Contract Law (Lapdo Commission).
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad inzake een coherenter Europees verbintenissenrecht: een actieplan, PbEU 2003, C 63/1.
Het definitief Common Frame of Reference zal mogelijk in 2009 worden samengesteld.
Draft Common Frame of Reference 2008, p. 37, nr. 76.
Möllers & Heinemann 2007, p. 429.
Möllers & Heinemann 2007, p. 429.
Het Groenboek en het daarop volgende Witboek vormen een eerste codificerende stap op weg naar een communautair burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht. De in Europa voorzichtig gevoerde experimenten betreffende de codificatie van het burgerlijk recht hebben tot nu toe alleen geleid tot het verder niet bindend Draft Common Frame of Reference.1De ideeën van de Commissie in het Groenboek en het daarna verschenen Witboek gaan op specifieke terreinen veel verder. Met de mogelijke communautarisering van het burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht kan de vraag worden gesteld naar de verhouding tussen het Groenboek en het Witboek enerzijds en de verordening van het Europese parlement en van de Raad betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) anderzijds.2 Het is dan ook een interessante vraag waar de communautarisering van het internationaal privaatrecht zal eindigen en de harmonisatie of communautarisering van het burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht zal beginnen.3 Daarbij moet niet worden vergeten dat ons huidige BW reeds voor een aanzienlijk deel uit geïmplementeerde Europese richtlijnen bestaat.
Verschillende groepen van academici zijn bezig met onderzoek naar de gemeenschappelijke kenmerken van de stelsels van privaatrecht in de lidstaten van de EU. Deze groepen hebben verschillende uitgangspunten, doelen en methodes.4 In de eerste plaats de European Group on Tort Law (Tilburg Group) met de Principles of European Tort Law (Tilburg principles). In de tweede plaats de Research Group on EC Private Law (de Acquis Group). Deze groep probeert op grond van een analyse van het Europees gemeenschaprecht (en de invloed van het Europees gemeenschapsrecht op het privaatrecht) een gemeenschappelijk stelsel van Europees privaatrecht te vinden. In de derde plaats de Study Group on a European Civil Code.5In de vierde plaats de Common Core of European Private Law (Trento project).
De Acquis Group en de Study Group hebben in 2008 samen de Principles, Definitions and Model Rules of European Private Law uitgegeven (Draft Common Frame of Reference). Het uiteindelijke doel van het gemeenschappelijk referentiekader is nog niet geheel duidelijk. Het project betreffende het Draft Common Frame of Reference komt voort uit het in 2003 verschenen actieplan van de Europese Commissie inzake een coherenter Europees verbintenissenrecht.6 Het actieplan moest leiden tot een gemeenschappelijk referentiekader waarin gemeenschappelijke beginselen en termen op het terrein van het Europees verbintenissenrecht zijn vastgelegd. Het nu verschenen gemeenschappelijk referentiekader kan dienen als gereedschapskist of handleiding voor de wetgever. De Europese wetgever en het HvJ EG kunnen zich bij de uitleg van verdragsbepalingen, verordeningen en richtlijnen laten inspireren door de beginselen van privaatrecht in het Common Frame of Reference.7Tevens zou het een optioneel instrument kunnen zijn dat van toepassing kan worden verklaard op internationale contracten.8 Het zou als academische basis kunnen dienen voor een toekomstig communautair burgerlijk recht, waarbij direct moet worden aangetekend dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de nationale stelsels van burgerlijk recht op korte of middellange termijn zullen verdwijnen. Zelfs op de lange termijn zal dat niet snel gebeuren. De voorstellen in het Witboek kunnen daarentegen reeds op korte termijn leiden tot een harmonisatie of communautarisering op specifieke (voor de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht relevante) deelgebieden van het burgerlijk recht en het burgerlijk procesrecht.
In de studies van de zojuist genoemde studiegroepen van academici wordt weinig aandacht geschonken aan de in het Groenboek en Witboek genoemde hindernissen en mogelijke oplossingen.9 De Common Core Competition Law Study (deel van The Common Core of European Private Law) vormt een positieve uitzondering. Deze studie kan ook nuttig zijn voor het Common Frame of Reference.10