Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/11.5:11.5 Conservatoir beslag als dynamisch recht
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/11.5
11.5 Conservatoir beslag als dynamisch recht
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS497048:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de Beslagsyllabus van juni 2011 is het bewustzijn, dat ook de beslagene een te respecteren positie heeft, een nieuw leven ingeblazen en dat is te beschouwen als winst voor het systeem van conservatoir beslag als geheel.
De recente veranderingen in de Beslagsyllabus zijn vergaand en het zal naar verwachting wel enige tijd vergen voordat deze, bij zowel de opstellers van beslagrekesten als de beoordelaars hiervan, zijn ‘ingesleten’. Een eerste periode van ervaring opdoen met de nieuwe regels en deze wellicht op onderdelen bijstellen ligt voor de hand. De Rechtspraak heeft langs deze weg het voortouw genomen in een hernieuwde bewustwording ten opzichte van het middel van conservatoir beslag. Het is een eerste en belangrijke stap in de richting van een evenwichtig systeem, waaraan ook een toekomstige doorwerking binnen de overige pijlers (opheffingskortgeding en onrechtmatig beslag en schade) in positieve zin kan bijdragen. Voor zowel de rechtspraktijk, de Hoge Raad als de wetgever is in mijn visie een rol weggelegd om de evenwichtigheid van het middel van conservatoir beslag te bevorderen: een interessante en intrigerende opdracht die steeds kan worden teruggevoerd op het in redelijkheid wegen van de tegengestelde belangen van de beslaglegger en beslagene.
Met betrekking tot de compenserende werking tussen de drie pijlers kunnen de verbeteringen die hebben plaatsgevonden binnen de eerste pijler de geconstateerde onevenwichtigheid binnen het systeem als geheel niet opheffen. Dit is het gevolg van het feit dat verlofverlening naar zijn aard eenzijdig is en zal blijven, waardoor onevenwichtigheid aan de eerste pijler inherent is.