De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/3.1:3.1 Inleiding
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS375113:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk beantwoord ik de tweede deelvraag: aan welke stelplichten moet de schuldeiser voldoen om een veroordeling tot nakoming te verkrijgen? Het primaat van het recht op nakoming komt onder meer tot uitdrukking in het gemak waarmee een schuldeiser een veroordeling tot nakoming kan verkrijgen in vergelijking met een veroordeling tot schadevergoeding of ontbinding. Het geringe aantal stelplichten voor een schuldeiser die nakoming vordert, onderstreept het primaire karakter van nakoming en draagt bij aan het imago van nakoming als een `makkelijke remedie'. In par. 3.2 onderzoek ik de juistheid van dit beeld. Is het aantal stelplichten voor een schuldeiser die nakoming vordert inderdaad geringer en minder veeleisend dan bij een vordering tot schadevergoeding of ontbinding? Hoewel de aanwezigheid van een tekortkoming niet is vereist voor de uitoefening van het recht op nakoming, kan voor verschillende onderdelen van dit begrip wel betoogd worden dat zij ook voor het recht op nakoming moet gelden. In par. 3.3 onderzoek ik welke elementen van het tekortkomingbegrip van overeenkomstige toepassing zijn op het recht op nakoming. Par. 3.4 bevat een samenvattende conclusie.