Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.C.11:IV.C.11. Eén halen, twee betalen? Een synthese
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.C.11
IV.C.11. Eén halen, twee betalen? Een synthese
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS406057:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij het redigeren van de 'synthese-bepalingen'1 tussen executele en bewind moeten we ook rekening houden met het loon van de executeur-afwikkelingsbewindvoerder. Indien we niets regelen, moeten we deze verzwaarde executeur in beginsel 'twee' keer 'betalen'. Een keer op grondvan het bepaalde in art. 4:144 lid 2 BW en een keer op grondvan het bepaalde in art. 4:159 lid1 BW. Als executeur heeft hij recht op een beloning ter grootte van een procent van de waarde van het vermogen van erflater op diens sterfdag. En in zijn hoedanigheid van testamentair bewindvoerder heeft hij per jaar recht op een procent van de waarde aan het einde van dat jaar van het onder bewind staande vermogen.Van de regelingen van het loon van de executeur-afwikkelingsbewindvoerder is eenvoudig maatwerk te maken, aangezien beide regelingen van regelend recht zijn. In de praktijk zal de aspirant-erflater de executeur-afwikkelingsbewindvoerder ongetwijfeld voor het 'hele pakket' dan ook een beloning willen doen toekomen. Om uitlegproblemen te voorkomen is het goedom uitdrukkelijk te bepalen dat de beloning zowel voor de werkzaamheden op grond van de executele als voor de werkzaamheden in het kader van het afwikkelingsbewind is toegekend.Via een schakelbepaling heeft de wetgever de mogelijkheid van aanpassing van het loon van de bewindvoerder op grond van onvoorziene omstandigheden eveneens op de beloning van de executeur van toepassing verklaard(art. 4:144 lid3 BW). De kantonrechter heeft derhalve twee handvatten (executele en bewind) om wat de (gecombineerde) beloning betreft in te grijpen.
Bij het ontwerpen van de regeling van het loon van de testamentair bewindvoerder had men zoals hiervoor opgemerkt art. 1:447 BW in het achterhoofd.2 Toch is op aanraden van het notariaat niet meer aangeknoopt bij de vruchten van de onder bewind staande goederen, verminderd met de ten laste daarvan komende uitgaven.
In de parlementaire geschiedenis3 heeft men dit als volgt toegelicht. Het probleem zou zich immers kunnen voordoen dat de bewindvoerder er belang bij kan hebben (denk aan onroerende zaken) geen onderhoud te laten plegen, omdat dit van invloed kan zijn op zijn honorarium. In de toelichting is ook nog opgemerkt dat, indien onroerende zaken tot het bewindvermogen behoren, niet elk jaar een taxatie moet plaatsvinden. Net als bij de vermogensbelasting kan de waarde van voorgaande jaren worden gehanteerd, zolang zich geen ingrijpende wijzigingen in de waarde van de onroerende zaken hebben voorgedaan.