Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/7.5.3
7.5.3 Onjuiste informatieverstrekking door de burger
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS506126:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Barendrecht e.a. 2002, p. 89.
Vgl. Hof ‘s-Hertogenbosch 17 juni 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AH9155, r.o. 4.7 (’s-Hertogenbosch/Grasgroep). Vgl. verder HR 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6660, AB 2005/285 m.nt. F.J. van Ommeren (Van S./Rozendaal of Woningsubsidie Rozendaal) en HR 7 december 1990, NJ 1991/474 m.nt. E.A.A. Luijten, r.o. 3.3 (SHV/ Nauta).
Vgl. Hof Leeuwarden, BR 2005/84 m.nt. B.J.P.G. Roozendaal, r.o. 11 (Van der Veen c.s./Ten Boer).
Barendrecht e.a. 2002, p. 89-90.
Vgl. artikel 117 lid 6, tweede volzin, Kadasterwet, waaraan in paragraaf 4.3.1 aandacht is besteed. Hierin is bepaald dat het Kadaster niet aansprakelijk is voor schade die voortvloeit uit het verstrekken van informatie die afkomstig is van derden en die inhoudelijk onjuist blijkt te zijn.
Vgl. Hof Den Haag 11 november 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4598, r.o. 3.3 (Staat/ RoderSana).
Vgl. HR 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6162 (Savills/Pasman).
Vgl. Rb. Den Haag 3 april 2013, NJF 2013/212, r.o. 4.4 (Spoorwegpensioen).
In deze paragraaf wordt ingegaan op het verstrekken aan de overheid van onjuiste informatie door de burger als grond voor vermindering van de schadevergoedingsplicht van de overheid.
Met name bij het verstrekken van gerichte informatie door de overheid kan sprake zijn van eigen schuld van de burger aan het ontstaan van de schade, wanneer de overheid haar informatieverstrekking heeft gebaseerd op uitgangspunten of veronderstellingen die zijn ontleend aan onjuiste of onvolledige informatie die door de burger op zijn beurt – voorafgaand aan en met het oog op die informatieverstrekking – zijn verstrekt.1 Het behoeft hierbij niet per se te gaan om een concrete en aanwijsbare informatieverstrekking zijdens de burger. Het komt mij voor dat onder omstandigheden voldoende kan zijn dat de burger een onjuiste veronderstelling heeft gewekt, het ontstaan daarvan (willens en wetens) in de hand heeft gewerkt of een onjuiste veronderstelling in stand heeft gelaten.2 Dergelijke omstandigheden mogen van mij leiden tot een fikse correctie van de schadevergoedingsplicht van de overheid. Deze omstandigheden zullen evenwel voornamelijk een rol spelen in het kader van eigen schuld indien de burger geen wetenschap had van de onjuistheid van de zijnerzijds verstrekte informatie. In het geval waarin de burger niet wist en niet behoorde te weten van de onjuistheid van de informatie waarvan hij de overheid heeft voorzien, omdat hij ter zake ‘te goeder trouw’ was, kan aanleiding bestaan om de schade geheel of gedeeltelijk voor zijn rekening te laten. Tenminste, voor zover het element van onjuistheid (mede) redengevend was voor de informatiefout van de overheid. Als het handelen van de burger geen invloed heeft gehad op de (inhoud van de) overheidsinformatieverstrekking, dan ontbreekt immers een causaal verband tussen de schade en een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend als geëist door artikel 6:101 lid 1 BW.3 De informatie van de burger moet dus wel relevant zijn geweest voor de onjuistheid van de informatie die de overheid heeft verstrekt. Als dat niet zo is, dan biedt artikel 6:101 lid 1 BW geen soelaas.
Om systematische redenen zal niet snel worden toegekomen aan de toepassing van artikel 6:101 lid 1 BW indien de burger wetenschap had van het feit dat hij onjuiste informatie heeft verstrekt aan de overheid. Jegens deze burger zal de overheid immers niet snel onrechtmatig handelen door informatie te verstrekken waarvan de onjuistheid haar oorzaak vindt in de foutieve informatie die door de burger zelf is verstrekt. Deze burger zal niet spoedig mogen vertrouwen op de juistheid van de informatie die hem van overheidswege is verstrekt, omdat hij er rekening mee moet houden dat hij zelf (door onjuiste uitgangspunten aan te dragen) heeft bijgedragen aan een vergroting van het risico dat de verstrekte informatie niet klopt.
Aan het aspect van onjuiste informatieverstrekking door de burger is aandacht besteed door Barendrecht e.a. in hun studie uit 2002.4 Zij beschrijven twee situaties nader. In de eerste situatie is de overheid afhankelijk van informatie van andere burgers dan van de burger aan wie de informatie wordt verstrekt. Daarin is de vraag of sprake is van eigen schuld volgens Barendrecht e.a. ‘lastiger te beantwoorden’. In de tweede situatie heeft de burger weliswaar niet zelf onjuiste informatie aan de overheid verstrekt, maar had hij voor verbetering van die informatie kunnen zorgdragen omdat hij op de hoogte was van de onjuistheid daarvan. Ten aanzien van deze burger dient de schade die hij lijdt doordat hij afgaat op onjuiste informatie volgens Barendrecht e.a. voor eigen rekening te blijven. Samenvattend geldt slechts ten opzichte van de ‘onwetende’ burger die in goed vertrouwen op de gegeven informatie is afgegaan dat de gevolgen van onjuiste informatieverstrekking beter voor rekening van de collectiviteit kunnen worden gebracht, dan dat deze voor rekening van de (individuele) getroffen burger blijven, aldus nog steeds Barendrecht e.a.
Deze samenvatting van het standpunt van Barendrecht e.a. laat meteen zien waar hun redenering mank gaat. In hun visie bestaat geen grond om de schade geheel of gedeeltelijk voor rekening van de burger te laten op grond van artikel 6:101 lid 1 BW, indien die burger mocht vertrouwen op de juistheid van de informatie die hem van overheidswege is verstrekt. Dat deze visie mij te kort door de bocht is, is hiervoor in paragraaf 7.5.2 aan de orde gesteld. Waar het hier om gaat, is dat in de tweede situatie die Barendrecht e.a. beschrijven – waarin volgens hen sprake is van eigen schuld omdat de burger, die op de hoogte was van de onjuistheid van de gegevens waarop de overheid haar informatieverstrekking baseert, die gegevens niet heeft gecorrigeerd – in het geheel niet wordt toegekomen aan de toepassing van artikel 6:101 lid 1 BW.5 Niet kan immers worden aangenomen dat de overheid onrechtmatig handelt door onjuiste informatie te verstrekken aan een burger die weet dat die informatie onjuist zou kunnen zijn, althans aan onjuiste gegevens is ontleend. Die burger mag niet vertrouwen op de juistheid van de verstrekte informatie, zodat de overheid niet onrechtmatig jegens hem handelt door die informatie aan hem te verstrekken (paragraaf 4.7.2).6
Met betrekking tot de eerste situatie die Barendrecht e.a. schetsen – waarin de overheid afhankelijk is van informatie van andere burgers dan van de burger aan wie de informatie wordt verstrekt – valt niet in te zien dat de vraag of sprake is van eigen schuld ‘lastiger te beantwoorden’ is. Mijns inziens is voor vermindering van de schadevergoedingsverplichting van de overheid in die situatie geen plaats bij gebreke van omstandigheden die aan de benadeelde burger kunnen worden toegerekend als bedoeld in artikel 6:101 lid 1 BW. De omstandigheid dat de aan de burger verstrekte informatie afkomstig is van derden of is gebaseerd op gegevens die zijn verkregen van derden valt niet binnen de risicosfeer van de burger die daarvan niet op de hoogte is. Dat is slechts anders indien voor de benadeelde kenbaar was dat de informatie van de overheid (mogelijk) onjuist was of indien kenbaar was dat de informatie was ontleend aan of gebaseerd op (mogelijk onjuiste) informatie van derden. In het laatste geval zal in verband met een zwaarder wegende onderzoeksplicht van de burger minder snel sprake zijn van gerechtvaardigd vertrouwen7 en, als dat vertrouwen er al mag zijn, grond bestaan voor het tegenwerpen van eigen schuld op de grond dat hij heeft nagelaten om de informatie te controleren.8 Dat is echter een ander aspect van het leerstuk van eigen schuld in de context van onjuiste informatieverstrekking, dat aan de orde is geweest in paragraaf 7.5.2.