Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/5.5.3
5.5.3 Rechtbank
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708327:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Van Galen & De Clerck 2020, p. 238-239.
EHRM 19 mei 2005, NJ 2006/14 (Steck-Risch e.a./Liechtenstein), r.o. 10-22.
Over de wenselijkheid daarvan is overigens wel discussie. Zie hierover bijvoorbeeld Van Rossum 2017.
Aldus bijvoorbeeld het wrakingsprotocol van de rechtbank Midden-Nederland van 1 april 2021.
Zie ook Vriesendorp, Justitiële verkenningen 2000, afl. 2, p. 62.
Voor een overzicht van de arrondissementen waarin voor deze oplossing is gekozen, zie Van Galen & De Clerck 2020, p. 238.
Van Galen, WPNR 2001, afl. 6463, p. 909. Aldus ook Van Galen & De Clerck 2020, p. 239.
Niet alleen de onafhankelijkheid van de rechter-commissaris staat ter discussie, maar ook de onafhankelijkheid van de rechtbank als beroepsinstantie. Met name de praktijk in sommige arrondissementen dat dezelfde rechters in het ene faillissement optreden als rechter-commissaris en in het andere faillissement een beroep tegen de beslissing van een collega-rechter-commissaris beoordelen wordt als problematisch ervaren.1 Het enkele feit dat rechters een beslissing van een collega beoordelen betekent echter niet dat getwijfeld moet worden aan de onpartijdigheid van een rechter.2
Wrakingszaken worden ook behandeld door rechters van hetzelfde gerecht.3 Wel is het zo dat civiele wrakingszaken worden behandeld door een meervoudige kamer waarin de rechter van wie wraking is verzocht geen zitting heeft (art. 39 lid 1 Rv). Volgens de memorie van toelichting lijkt een behandeling door een meervoudige kamer niet altijd nodig, maar is een beslissing door een meervoudige kamer essentieel voor het vertrouwen in die beslissing.4 In de wrakingsprotocollen van de diverse gerechten zijn, op basis van een landelijk model, nadere regels opgenomen over de onafhankelijkheid van de wrakingskamer. Zo is in artikel 2.2 opgenomen dat de leden van de wrakingskamer zoveel mogelijk afkomstig zijn uit verschillende rechtsgebieden van het gerecht.5 In wrakingszaken staat het vertrouwen in de rechtspraak expliciet ter discussie, zodat het goed is voldoende waarborgen in te bouwen voor een onafhankelijke en onpartijdige beoordeling van een wrakingsverzoek.
Het is mogelijk dat rechters onbewust worden beïnvloed door het feit dat hun directe collega een beslissing in eerste aanleg heeft genomen. In ieder geval is dit de perceptie die leeft.6 Omdat dit afbreuk doet aan de legitimiteit van beslissingen van de rechtbank, is het goed dit knelpunt op te lossen. In wrakingszaken wordt dat ook gedaan, door de beslissing te laten nemen door een meervoudige kamer en de samenstelling van deze kamer nader te regelen in een protocol. Het is naar mijn mening niet nodig dat een beroep op grond van artikel 67 Fw wordt behandeld door een meervoudige kamer. Dat zou zorgen voor hogere kosten en een tragere procedure. Het is wel belangrijk op een andere wijze het vertrouwen in de beroepsprocedure van artikel 67 Fw te waarborgen.
Twee oplossingen zijn denkbaar. Een eerste oplossing wordt door veel rechtbanken toegepast: de beslissingen in hoger beroep worden genomen door rechters van andere afdelingen. De rechter die in hoger beroep beslist is dan weliswaar een collega van de rechter-commissaris, maar geen directe collega.7 Een tweede oplossing is aangedragen door Van Galen en houdt in dat de beslissing in hoger beroep wordt genomen door het gerechtshof.8 Deze oplossing leidt tot een forse toename van de kosten als de beroepsprocedures in hoger beroep telkens door een meervoudige kamer worden behandeld.9 Door in de wet op te nemen dat de procedure in beginsel door een enkelvoudige kamer wordt behandeld blijven de kosten beperkt en blijft de procedure relatief laagdrempelig en flexibel.
Naar mijn mening is de eerste oplossing afdoende. Hiervoor is geen wetswijziging nodig. Rechtbanken die dat nog niet doen, kunnen het ertoe leiden dat het hoger beroep tegen beslissingen van een rechter-commissaris door een andere afdeling dan de afdeling insolventie wordt behandeld. De tweede oplossing is ook een goede mogelijkheid. Daartoe moet in artikel 67 Fw worden opgenomen dat hoger beroep ingesteld kan worden bij het gerechtshof. Daaraan moet worden toegevoegd dat het gerechtshof de zaken behandelt en beslist door een enkelvoudige kamer en dat de enkelvoudige kamer zaken kan verwijzen naar de meervoudige kamer.