De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.2.5:3.2.5 Tot slot
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.2.5
3.2.5 Tot slot
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS389470:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Steneker 2005, p. 15-16.
Janssen 1989, p. 47-48.
Van Mourik 2003-1, p. 176.
Vgl. Van Mourik 2011, p. 9.
HR 30 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0805, r.o. 3.3, NJ 2002/380.
Van Mourik 2003-1, p. 177-178.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals uit het voorgaande is gebleken, zijn ‘afgescheiden vermogen’ en ‘gebonden gemeenschap’ twee verschillende begrippen. Met hét afgescheidenvermogen wordt meestal gedoeld op dat vermogen dat ten behoeve van de vennootschappelijke samenwerking is afgescheiden van de overige (privé) vermogens van de vennoten.1 De zaakscrediteuren kunnen zich rechtstreeks op het afgescheiden vermogen verhalen; het afgescheiden zijn van het vermogen heeft een verhaalsrechtelijke ratio. De beschikkingsgebondenheid beoogt te voorkomen dat een vennoot beschikt over zijn aandeel in de vennootschappelijke gemeenschap of in een afzonderlijk gemeenschappelijk goed; het beschermt de vennoten tegen ongewenste acties van medevennoten.2 Indirect dient het echter ook de zaakscrediteuren, omdat de privécrediteuren van een vennoot geen aandelen van hun schuldenaar kunnen uitwinnen.
Naast een bijzondere, het vennootschapsdoel dienende, gemeenschap kunnen de vennoten ook goederen in eenvoudige gemeenschap hebben. Het kan dan gaan om goederen die nooit tot de vennootschappelijke gemeenschap behoord hebben (bijv. een samenwonersgemeenschap), maar ook om goederen die daar wel toe behoord hebben maar die door de vennoten aan de VOF zijn onttrokken en (nog) niet verdeeld.3 Afdeling 1 van Titel 3.7 is op deze goederen van toepassing.4 Vragen kunnen rijzen met betrekking tot goederen die (lang) na ontbinding van de VOF nog aan de vennoten gemeenschappelijk toebehoren: behoren deze nog tot de bijzondere gemeenschap of zijn zij inmiddels overgegaan in een eenvoudige gemeenschap? Van welk type gemeenschap sprake is, hangt uiteindelijk af van de rechtsverhouding tussen de deelgenoten.5 Mogelijk zijn zij (stilzwijgend) overeengekomen om een goed onverdeeld te laten (eenvoudige gemeenschap) of hebben zij nog geen overeenstemming bereikt over aan wie het goed wordt toegedeeld (dus nog bijzondere gemeenschap).6