Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/3.2.2.2.2
3.2.2.2.2 Het Douane Comité
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258573:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Nota - Ontwerpovereenkomsten van de Studiegroep voor de Europese douane-unie met betrekking tot een gemeenschappelijke tariefnomenclatuur en waardedefinitie, en tot de oprichting van een 'Conseil de Coopération Douanière', 12 december 1950. De nota is te raadplegen via http://resources.huygens.knaw.nl/watermarker/pdf/europa/W00420.pdf (gecheckt op 8 januari 2021).
Zie de considerans van Verdrag houdende instelling van een Internationale Douaneraad, Brussel, 15 december 1950, Trb. 1951, 120 met de Franse en Engelse (authentieke) tekst, en Trb. 1953, 51 met de Nederlandse tekst.
Gelijktijdig is het daarbij behorende Protocol betreffende de Studiegroep voor de Europese Douane-Unie, Brussel, 15 december 1950, Trb. 1951, 120 en 121 getekend. Het protocol lijkt in het leven te zijn geroepen om de bekostiging van de Studiegroep te splitsen over de verdragsluitende partijen. Voor oprichting droeg de Belgische regering namelijk de kosten van de Studiegroep. Het was de verdragsluitende partijen bij de oprichting van de Internationale Douaneraad overigens verplicht om het protocol te ondertekenen, zie artikel XIV van voornoemd verdrag.
Voor een uitvoerige uiteenzetting over het proces tot aan het sluiten van het Verdrag houdende instelling van een Internationale Douaneraad en het Verdrag van Brussel, zie: H.G.M. Wardenier, Verdragen, inzake douanesamenwerking in Europees verband, gesloten te Brussel op 15 december 1950, Wfr 1953/53.
Een onderzoek naar de keuze tussen een ad valorem-heffing en een specifieke heffing alsmede de methode om de waarde te bepalen van de goederen waarover heffingen moeten worden betaald werd gestart naar aanleiding van de eerste bijeenkomst van de Studiegroep, zie Verslag van de eerste bijeenkomst van de Studiegroep voor een Europese Douane-Unie (van 14 november 1947 te Brussel), het verslag is te raadplegen via http://resources.huygens.knaw.nl/watermarker/pdf/europa/W00420.pdf (gecheckt op 8 januari 2021).
Van de verdragslanden maken thans de volgende landen onderdeel uit van de Europese Unie: België, Denemarken, Duitsland (destijds alleen West-Duitsland), Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Zweden.
Het Douane Comité heeft in het bijzonder een technisch onderzoek verricht naar de mogelijkheden om één of meer douane-unies op te richten tussen de leden van de Studiegroep voor de Europese Douane-Unie. Daartoe is in het bijzonder aandacht besteed aan de totstandkoming van een gemeenschappelijke nomenclatuur en een gemeenschappelijke waardedefinitie. De Studiegroep voor de Europese Douane-Unie heeft tijdens een bijeenkomst in oktober 1950 het rapport van het Douane Comité besproken waarin de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek staan geformuleerd. In het rapport wordt onder ander gesproken over de oprichting van een ‘Conseil de Coopération Douanière’; een orgaan dat toezicht moet houden op de wijze waarop deelnemende landen de onderhandelingen tot stand brengen en moet bevorderen dat zoveel mogelijk naar uniformiteit wordt gestreefd. Op 31 oktober 1950 is tijdens de zevende bijeenkomst van de Studiegroep een resolutie aangenomen waarin is aanbevolen om de conventie aangaande oprichting van een ‘Conseil de Coopération Douanière’ te aanvaarden.1 Naar aanleiding daarvan heeft een aantal landen op 15 december 1950 ter verzekering van de “[…] grootst mogelijke overeenstemming en eenvormigheid in hun douanestelsels […]” besloten tot oprichting van de Internationale Douaneraad.2/3 De Internationale Douaneraad is het intergouvernementeel coördinerend orgaan van de commissies en conventies op het gebied van de waardebepaling, nomenclatuur en andere technische douaneonderwerpen. Artikel VI, onderdeel c, van het Verdrag houdende instelling van een Internationale Douaneraad gebiedt de Internationale Douaneraad om een Comité voor de Waarde in te stellen zoals ook ligt besloten in het hierna te bespreken Verdrag van Brussel.4
Het Comité Douane van de Studiegroep heeft sedert 1947 ook onderzoek verricht naar de wijze waarop de waarde van goederen ter berekening van het invoerrecht bepaald moeten worden.5 De in november 1949 gepresenteerde zienswijze van het Comité Douanewaarde sluit aan bij een op de theoretische conceptie geschroeide waardedefinitie, die met in achtneming van de uitgangspunten van GATT 1947, is samengesteld. De ontwerpovereenkomst op het gebied van de waardedefinitie heeft ertoe geleid dat – in eerste instantie – 17 landen op 15 december 1950 het Verdrag van Brussel hebben gesloten.6