Einde inhoudsopgave
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.3.2
A.3.2 ATP Pension Services A/S
Dr. E.A.P. Schouten, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
Dr. E.A.P. Schouten
- JCDI
JCDI:ADS634913:1
- Vakgebied(en)
Pensioenen (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn 85/611/EEG van de Raad van 20 december 1985, PB L 347, p. 3-18.
De communautaire btw-vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen is geregeld in artikel 13B, onderdeel d, onder 6 Zesde richtlijn (thans: artikel 135, lid 1, sub g Btw-richtlijn). In Nederland geldt een vrijstelling voor het beheer van door beleggingsfondsen en beleggingsmaatschappijen ter collectieve belegging bijeengebrachte vermogens (artikel 11, lid 1, onderdeel i, onder 3° Wet OB 1968).
HvJ EU 13 maart 2014, C-464/12, ECLI:EU:C:2014:139, r.o. 76 (ATP).
ATP PensionService administreert een beschikbare premieregeling van het Deense bedrijfspensioenfonds PensionDanmark. PensionDanmark beheert bedrijfspensioenregelingen die zijn ingevoerd bij collectieve overeenkomst of bedrijfsovereenkomst, namens twaalf vakbonden en 37 werkgeversverenigingen die goed zijn voor in totaal 602.000 aangesloten werknemers van 22.000 privé- en overheidsbedrijven. De werkzaamheden van ATP zijn:
administratieve taken, zoals het verstrekken van informatie en specifiek advies aan werkgevers en werknemers (pensioenspaarders);
onderhoud en ontwikkeling van het IT-systeem;
diensten in verband met de stortingen ten gunste van en uitkeringen uit de pensioenregeling.
De procedure bij het HvJ gaat over de vraag of over de bovengenoemde uitbestede diensten btw gerekend moet worden of dat deze vallen onder de vrijstelling uit de Btw-Richtlijn. De Hoge Raad van Oost-Denemarken stelde een aantal prejudiciële vragen aan het HvJ waarbij ik hieronder de eerste twee vragen bespreek.
De eerste vraag aan het HvJ is of de pensioenfondsen onder het begrip ‘gemeenschappelijk beleggingsfonds’ als omschreven door de lidstaten kunnen worden gerangschikt. Het HvJ oordeelt dat pensioenfondsen weliswaar geen instellingen voor collectieve belegging in de zin van de icbe-richtlijn1 zijn maar wel als zodanig moeten worden aangemerkt als zij dezelfde handelingen verrichten en met beleggingsinstellingen concurreren. Het essentiële kenmerk van een gemeenschappelijk beleggingsfonds is volgens het HvJ dat de activa van verschillende begunstigden worden samengevoegd waardoor het risico van deze begunstigden kan worden gespreid. Het HvJ oordeelt dat het pensioenfonds gelijkgesteld kan worden aan gemeenschappelijke beleggingsfondsen (en valt daarmee onder de vrijstelling2) als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
het pensioenfonds wordt gefinancierd door de deelnemers;
het spaargeld wordt belegd volgens het beginsel van risicospreiding;
het beleggingsrisico wordt gedragen door de deelnemers van het pensioenfonds.
Het HvJ acht het van weinig belang dat de bijdragen door de werkgever worden gestort, het bedrag ervan is vastgelegd in collectieve overeenkomsten tussen de werkgeversorganisaties en de vakbonden, het spaargeld op diverse financiële wijzen kan worden terugbetaald, de bijdragen volgens de regels inzake de inkomstenbelasting aftrekbaar zijn of een ondergeschikt verzekeringselement eraan kan worden toegevoegd.
Volgens het HvJ voldoet PensionDanmark aan de voorwaarden voor een gemeenschappelijk beleggingsfonds en verricht ATP PensionService dus diensten voor een gemeenschappelijk beleggingsfonds.
Op de tweede vraag antwoordt het HvJ dat de Btw-richtlijn geen definitie kent van het begrip ‘beheer’. Het begrip moet worden uitgelegd tegen de achtergrond van de context ervan en van de doelstellingen en de algemene opzet van de richtlijn. Op basis daarvan oordeelt het HvJ dat onder beheer ook moet worden verstaan diensten waarmee een instelling de rechten van de leden van pensioenfondsen materialiseert door accounts aan te maken en de gestorte bijdragen op hun account in het systeem te boeken.3
Het HvJ geeft aan waarin het arrest ATP verschilt met het arrest Wheels (zie vorige paragraaf). Bij Wheels droegen de leden van de pensioenregeling niet het risico dat verbonden is aan het beheer van het beleggingsfonds. Bij ATP worden de pensioenregelingen gefinancierd door de pensioenontvangers en dragen zij het risico.