Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/10.7:10.7 Conclusie
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/10.7
10.7 Conclusie
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS487202:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Wibbens-de Jong 2006, p. 13; Berger 2005, p. 588.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik herhaal de belangrijkste punten.
Het lijkt mij gewenst dat art. 5:66 lid 1 wordt aangepast in die zin dat onomstotelijk komt vast te staan dat overdracht aan een van de deelgenoten zonder inmenging van de andere deelgenoten steeds mogelijk is (bij regeling ex art. 3:168 zou anders overeengekomen kunnen worden).1 Dit is anders in geval van de situatie in lid 2 genoemd. De wederpartij wordt alsdan gevormd door alle overige deelgenoten tezamen. Tezamen hebben zij alsdan de mogelijkheid om een goede oplossing te zoeken. Overdracht aan één van de deelgenoten is mogelijk mits daarmee door de andere deelgenoten wordt ingestemd.
Het opstalrecht in art. 5:66 lid 2 kan vervallen.
En zoals ik elders al betoogde: art. 5:66 lid 1 behoort evenals lid 2 van regelend recht te zijn. Art. 5: 66 lid 3 is dwingend van aard.