Levering en verpanding van toekomstige goederen
Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/4.2.1:4.2.1 Inleiding
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/4.2.1
4.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS475626:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
137. De levering bij voorbaat vindt haar grenzen in de vereisten voor een geldige levering. Zo is een levering bij voorbaat slechts mogelijk, indien de leveringswijze van het desbetreffende goed dit toelaat.1 Dit betekent in de eerste plaats dat de voorgeschreven formaliteiten ten aanzien van het toekomstige goed kunnen worden vervuld. In de tweede plaats kan de wet de levering van toekomstige goederen beperken. Zo beperken de art. 3:94 lid 3 en 3:239 lid 1 BW de stille cessie of verpanding bij voorbaat tot toekomstige vorderingen die rechtstreeks zullen worden verkregen uit een reeds bestaande rechtsverhouding. De beperkingen die volgen uit de bijzondere eisen verbonden aan de leveringswijze van bepaalde goederen, komen per specifiek goed aan bod in hoofdstuk 5.
Naast de bijzondere vereisten voortvloeiend uit de voorgeschreven leveringswijze, is de geldigheid van de levering bij voorbaat ook onderworpen aan de algemene eisen die aan de levering van goederen worden gesteld. Dat betekent dat de levering bij voorbaat het toekomstige goed in voldoende mate moet bepalen (vgl. art. 3:84 lid 2 BW).2 De betekenis van dit vereiste voor de levering bij voorbaat komt aan bod in § 4.2.2.
Ook sluit art. 3:97 lid 1 BW twee typen goederen categorisch uit van de mogelijkheid om ze bij voorbaat te leveren. Het gaat om toekomstige registergoederen en toekomstige goederen ten aanzien waarvan het verboden is deze tot onderwerp van een overeenkomst te maken. Op deze categoriën van uitgezonderde goederen wordt ingegaan in § 4.2.3.