Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.7.1
5.7.1 Inleiding
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS374080:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor meerdere toepassingen ‘Derdenonderzoek, wat betekent dat voor u?’, https://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/het_derdenonderzoek_toegelicht_on9901z2fd.pdf, geraadpleegd: 11 april 2017.
R.N.J. Kamerling, Handboek Belastingcontrole, Suppl. 17, 2001, hoofdstuk 11, p. 3.
M.W.C. Feteris, Formeel belastingrecht (Fiscale Handboeken nr. 9), 1999, p. 199.
Voor de historische ontwikkeling zie hoofdstuk drie. Zie voor een uitgebreidere behandelingR.N.J. Kamerling, Handboek belastingcontrole, (losbladige editie), hoofdstuk 11, 2001; zie ook R.N.J. Kamerling en M. Snippe, Belastingcontrole, hoofdstuk 14, 2013.
De inspecteur kan in het kader van zijn taakuitoefening gegevens en inlichtingen van anderen dan de belastingplichtige nodig hebben. Hiervoor kan hij meerdere redenen hebben. Ik noem als voorbeeld de bevestiging van de betrouwbaarheid van bepaalde gegevens en inlichtingen.1 Ook kunnen de gegevens en inlichtingen dienen voor selectie of voor het verzamelen van branche-informatie ten behoeve van het toezicht in het algemeen.2 Kamerling noemt deze zogenaamde ‘contra-informatie’ zelfs ‘onontbeerlijk’.3 De toegevoegde waarde ligt vooral in het feit dat de gegevens en inlichtingen objectiever van aard zijn, dan wanneer de belastingplichtige die zelf aanreikt.4 Een dergelijk derdenonderzoek is niet alleen van belang voor de inspecteur maar ook voor de toezichthouder.
Deze wettelijke (medewerkings)verplichting tegenover de inspecteur heeft zich historisch ontwikkeld.5 Zo geldt vandaag de dag voor administratieplichtigen (art. 53 AWR) en overheidsinstellingen (art. 55 AWR) de wettelijke verplichting om – desgevraagd – gegevens en inlichtingen te verstrekken (de zogenaamde actieve medewerkingverplichting het kader van een derdenonderzoek (art. 47 lid 1 letter a AWR). Voor administratieplichtigen geldt tevens de verplichting boeken, bescheiden en andere gegevensdragers voor raadpleging beschikbaar te stellen (de zogenaamde passieve medewerkingsverplichting, art. 47 lid 1 letter b AWR). De AWR bepaalt wie administratieplichtige is (art. 52 AWR). Ook geldt de inzageverplichting (art. 47 lid 1 letter b AWR) onverkort voor degenen die de administratie van anderen onder zich hebben (ex art. 48 AWR, zie par. 5.5). De inspecteur bepaalt de wijze waarop de medewerking plaats moet vinden en kan zo nodig kopieën maken (art. 49 AWR).
Bij overheidsinstellingen is de medewerkingsverplichting beperkt tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen. Zij hebben geen verplichting boeken, bescheiden en andere gegevensdragers ter inzage verstrekken (art. 55 AWR).
De Awb kent in tegenstelling tot de AWR géén specifieke bepalingen met een medewerkingsverplichting ten behoeve van het toezicht op anderen. De Awb kent alleen een algemene medewerkingsverplichting voor een ieder. Die verplichtingen zijn – in beginsel – onverkort van toepassing bij een derdenonderzoek indien en voorzover de toezichthouder die redelijkerwijs kan vorderen voor de uitoefening van zijn taak (art. 5:14 Awb). Hiertoe behoren het verstrekken van inlichtingen (5:16 Awb), het geven van inzage (art. 5:17 Awb) en het verlenen van toegang voor het betreden van plaatsen (5:15 Awb). Het uitoefenen van de bevoegdheden in het kader van een derdenonderzoek vindt dan plaats overeenkomstig de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: wat is redelijkerwijs noodzakelijk voor de uitoefening van de taak.
Voor bepaalde personen bestaat een recht om te weigeren te voldoen aan die verplichtingen: zij zijn uit hoofde van hun ambt, beroep of wettelijke voorschrift verplicht tot geheimhouding (art. 5:20 lid 2 Awb). De fiscale wetgeving kent een wettelijk verschoningsrecht toe aan een limitatieve groep van zogenaamde klassieke verschoningsgerechtigden. Dit verschoningsrecht is exclusief voor derdenonderzoeken (art. 53a AWR). De Awb beperkt zich niet tot de klassieke verschoningsgerechtigden. De Awb sluit namelijk aan op de algemeen erkende beginselen van geheimhoudingsverplichting vanuit ambt, beroep of wettelijke voorschriften (art. 2:5 Awb).
De verschillen in bevoegdheden analyseer ik allereerst vanuit conceptueel perspectief (par. 5.7.2) en daarna op hoofdlijnen in hun onderlinge verhouding op functionaliteit in relatie tot de wettelijke taak (par. 5.7.3). In de slotparagraaf formuleer ik wederom mijn conclusies (par. 5.7.4).