Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/9.3.1:9.3.1 Henkel/JMG
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/9.3.1
9.3.1 Henkel/JMG
Documentgegevens:
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS346073:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 14 november 1997, NJ 1998, 270 m.nt. J.M.M. Maeijer (Henkel/JMG), r.o. 3.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het eerste arrest is het in 1997 (hetzelfde jaar als Staleman/Van de Ven dat betrekking had op interne aansprakelijkheid, zie par. 4.4) gewezen arrest Henkel/JMG.1 Daarin herhaalde de Hoge Raad de Beklamel-norm en overwoog de Hoge Raad – kort gezegd – dat een ‘wanprestatie van een rechtspersoon’ kan meebrengen dat een bestuurder een onrechtmatige daad kan worden verweten “indien hem te dier zake een persoonlijk verwijt treft”. Rechtsoverweging 3.5 van de Hoge Raad duidde dat als volgt:
“Naar aanleiding daarvan heeft het Hof (…) bij zijn beoordeling tot uitgangspunt genomen dat wanprestatie van een rechtspersoon onder omstandigheden kan meebrengen dat de bestuurder op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is ten aanzien van de benadeelde, indien hem te dier zake een persoonlijk verwijt treft. Dit kan zich, aldus het Hof, in het licht van de omstandigheden van het geval, onder meer voordoen indien de bestuurder bij het aangaan van de overeenkomst door de rechtspersoon wist, althans redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de rechtspersoon niet in staat zou zijn die overeenkomst na te komen en geen verhaal zou bieden voor de ten gevolge van de wanprestatie te lijden schade, of als hij zich intensief met de bedrijfsvoering bezig houdt en in feite de (volledige) zeggenschap heeft over de (andere) rechtspersoon. (…). De door het Hof blijkens het voorgaande gebezigde maatstaf is juist.”