Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/5.5.1
5.5.1 Nauwe verbondenheid tussen de jaarrekeningvrijstelling en de 403-aansprakelijkheid
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250453:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Tuit 1985, p. 195, Bartman 1986, p. 106 en Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2020, p. 223.
Zie section 357 Companies Act 2014.
MacCann & Courtney 2007, p. 983 en E.C.A. Nass 2019, p. 90.
Zie § 264 lid 3 en 4 Handelsgesetzbuch.
Gesetzentwurf 23 januari 2015 van de Bundesrat voor het Bilanzrichtlinie-Umsetzungsgesetz (BilRUG), p. 69, E.C.A. Nass 2019, p. 91, Ruppelt 2020, Beck’scher Online-Kommentar, § 264 Handelsgesetzbuch, nr. 91 en Merkt 2020, Beck’sche Kurz-Kommentare, § 264 Handelsgesetzbuch, nr. 30.
Zie E.C.A. Nass 2019, p. 89, voor een bespreking van de aansprakelijkstelling door de moederonderneming krachtens het Luxemburgse equivalent van het groepsregime. De voorwaarde van de aansprakelijkstelling is hetzelfde geformuleerd als in de Franse vertaling van art. 37 van de richtlijn jaarrekeningen.
Zie § 7.2.
Enkele auteurs, waaronder Bartman, wijzen op de nauwe verbondenheid tussen de jaarrekeningvrijstelling voor de 403-maatschappij en de aansprakelijkheid van de moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring. Deze nauwe verbondenheid brengt volgens hen met zich dat de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid terugwerkt tot het begin van het boekjaar waarover de 403-maatschappij een jaarrekening opmaakt waarbij zij (voor het eerst) gebruikmaakt van deze jaarrekeningvrijstelling.1 De moedermaatschappij is aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij vanaf het begin van dat boekjaar heeft verricht.
Het standpunt dat de aansprakelijkheid van een moedermaatschappij terugwerkt tot het begin van het boekjaar, is vergelijkbaar met de reikwijdte van de aansprakelijkstelling bij het Ierse equivalent van het groepsregime.2 Bij de Ierse regeling dient de moederonderneming garant te staan voor de verplichtingen die de dochteronderneming is aangegaan in het boekjaar waarover deze een jaarrekening opmaakt waarbij zij gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling.3 Ook bij het Duitse equivalent van het groepsregime4 is de aansprakelijkheid van de moederonderneming gekoppeld aan een boekjaar van de dochteronderneming. In tegenstelling tot bovenstaand standpunt met betrekking tot de temporele reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid en de Ierse regeling, is de aansprakelijkheid van de moederonderneming bij de Duitse regeling niet gekoppeld aan het boekjaar waarover de dochteronderneming een jaarrekening opmaakt waarbij zij gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling, maar aan het daaropvolgende boekjaar. De moederonderneming is aansprakelijk voor de aangegane verplichtingen van de dochteronderneming in het boekjaar volgend op het boekjaar waarover deze een jaarrekening opmaakt waarbij zij gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling.5,6
Overigens gaat de vergelijking tussen de temporele reikwijdte van de aansprakelijkheid van een moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring en de aansprakelijkstelling volgens de Ierse en Duitse regelingen niet helemaal op. Een kenmerkend verschil is dat de aansprakelijkheid van een moederonderneming volgens de Ierse en Duitse equivalenten van het groepsregime is beperkt tot de verplichtingen die de dochteronderneming in een specifiek boekjaar aangaat. Indien de dochteronderneming meerdere jaren gebruik wil maken van de jaarrekeningvrijstelling moet de moederonderneming zich voor ieder jaar opnieuw aansprakelijk stellen. Als een moedermaatschappij zich daarentegen op grond van een 403-verklaring aansprakelijk heeft gesteld, blijft zij aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit nieuwe rechtshandelingen die de 403-maatschappij verricht totdat zij de 403-verklaring intrekt.7