V-N 2025/13.18
A-G Koopman: Hof onderbouwt oordeel dat fout redelijkerwijs kenbaar was onvoldoende
HR (Parket) 24-01-2025, ECLI:NL:PHR:2025:91, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
24 januari 2025
- Zaaknummer
24/01975
- Conclusie
A-G Koopman
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD2008:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Fiscaal bestuursrecht / Bijstand en vertegenwoordiging
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2025:91, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑01‑2025
- Wetingang
art. 16 lid 2 onderdeel c AWR
Essentie
Advocaat-generaal Koopman concludeert, na een uitgebreide analyse van de wetsgeschiedenis van art. 16 lid 2 onderdeel c AWR, de rechtspraak over schrijf- en tikfouten en de literatuur over dit onderwerp, dat het hof zijn oordeel dat de fout voor X redelijkerwijs kenbaar was, onvoldoende heeft onderbouwd.
Samenvatting
Naar aanleiding van een boekenonderzoek bij ondernemer X legt de inspecteur hem IB-navorderingsaanslagen 2017 en 2018 op. X is het daar niet mee eens en stelt dat de inspecteur niet over een nieuw feit beschikt. De primitieve IB-aanslagen zijn namelijk vastgesteld tijdens het lopende boekenonderzoek en ten tijde van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.