Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/4.4.4:4.4.4 Knelpunt 5: onpartijdigheid
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/4.4.4
4.4.4 Knelpunt 5: onpartijdigheid
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111439:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in par. 4.2. aan bod is gekomen, wordt van de rechter verwacht dat hij onpartijdig is. De onpartijdigheid die in deze dissertatie centraal staat, kan gekleurd worden door biases. Deze invloed kan niet zomaar worden weggenomen door enkele simpele ingrepen. Juist omdat de invloed van biases voor een groot deel zo ongrijpbaar is door het feit dat de beïnvloeding in ieder geval grotendeels plaatsvindt in het onbewuste.
De rechter kan wel zelf enkele stappen nemen in een poging de invloed van biases te beperken. Een eerste stap hierbij is de realisatie en erkenning van de invloed van biases op de oordeelsvorming. Door ontkenning van de invloed van biases, zoals emoties, zal de invloed van de emotie alleen maar toenemen. Door ontkenning is de rechter niet in staat tot herkenning, noch tot althans gedeeltelijke regulering van die invloed.1 Een tweede stap is leren herkennen welke factoren in het algemeen van invloed zijn op de eigen persoonlijke gesteldheid. De rechter kan op die manier situaties waarin hij emotioneel in disbalans is leren herkennen. Door signalering van emoties kan de daadwerkelijke invloed van emoties afnemen.2 Ook tijdens een zitting kan de rechter de eigen verantwoordelijkheid ter hand nemen. Merkt de rechter dat de zitting niet soepel verloopt, dan moet de rechter bij zichzelf nagaan of het wellicht aan zijn eigen houding ligt. Een dergelijke benadering vereist een open houding van de rechter in de richting van zijn eigen kwaliteiten en valkuilen. Deze open houding kan worden gecreëerd onder meer met behulp van de in par. 4.4.1 voorgestelde (bij)scholing.
De open houding uit zich voorts op het vlak van argumentatie. Naarmate de rechter meer wordt blootgesteld aan verschillende argumenten, zal hij zijn intuïtieve reactie meer testen op rationele overwegingen.3 De rechter vormt een bepaalde indruk van een partij door het bestuderen van het procesdossier. Vervolgens stelt de rechter vragen aan partijen ter zitting om zijn eerste indruk en voorlopige oordeel te testen. Het stellen van de juiste vragen is lastig. Het stellen van de juiste vragen is echter een cruciaal onderdeel van de waarheidsvinding door de rechter. Een ander cruciaal onderdeel van de waarheidsvinding is een sceptische houding van de rechter ten aanzien van de antwoorden die gegeven worden door partijen. ‘Klopt het wel wat hier beweerd wordt?’.4 Een open houding is een van de belangrijkste eigenschappen van een rechter. De rechter moet niet bang zijn vragen te stellen die ‘roet in het eten kunnen gooien’ en kritisch tegenover zijn eigen oordeel te staan.