Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/6.3
6.3 Een grondslag voor verwerking
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675740:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Boetebesluit AP inzake KNLTB, 20 december 2019, §4.11.
De Wovo en de Verzamelwet gegevensbescherming.
Conceptwetsvoorstel Verzamelwet gegevensbescherming, Memorie van Toelichting.
Consultatieversie Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de introductie van een regeling betreffende de rechten van de werknemer bij overgang van een onderneming in faillissement (Wet overgang van onderneming in faillissement, Wovo), Memorie van Toelichting, p. 6.
Concept Mvt Wovo, p. 24.
Anders de AP die meent dat dit niet de juiste grondslag is voor de curator, en dat in plaats daarvan moet worden gedacht aan de wettelijke verplichting en eventueel toestemming, AP augustus 2019, p. 2; Brief AP 2020. Zie uitgebreider: Reijneveld 2021.
Vgl. Reijneveld 2019a, p. 621. Zie Kuhner, Bygrave & Docksey 2021, p. 72. Wellicht ten overvloede, de curator heeft dus geen afzonderlijke toestemming van betrokkenen nodig om hun persoonsgegevens te verwerken. Ik verwacht overigens dat de curator zich in de context van de biedingsprocedure vaak niet op toestemming kan beroepen, bijvoorbeeld wanneer het persoonsgegevens van de werknemers van de onderneming betreft. De toestemming wordt in die verhouding niet geacht ‘vrijelijk’ te zijn gegeven, zie: WP29 2018, p. 7-8.
Zie onder meer HR 24 februari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1643 (Sigmacon II) en HR 19 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2047 (Maclou/ curatoren Van Schuppen). Zie Wessels 1997. Maar zie voor de grenzen hieraan HR 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:801, r.o. 4.2.5.
Vgl. Santen & Buchmann 2011.
De AVG vereist allereerst dat een curator een grondslag heeft voor de verwerking van persoonsgegevens.1 In artikel 6 AVG wordt een limitatieve opsomming gegeven van alle mogelijke grondslagen. Bij de biedingsprocedure worden persoonsgegevens verstrekt aan derden, namelijk de geïnteresseerde partijen. Voor zo’n verwerking moet altijd een afzonderlijke grondslag bestaan.2
Er zijn momenteel twee conceptwetsvoorstellen in consultatie waarin een grondslag wordt gecreëerd voor de curator om persoonsgegevens te verwerken.3 Met het eerste wetsvoorstel (de Verzamelwet gegevensbescherming) beoogt de Minister voor rechtsbescherming vast te leggen dat de curator een taak van algemeen belang heeft en dat hij bij de vervulling van die taak persoonsgegevens mag verwerken.4 Deze taak bestaat uit beheren en vereffenen ex artikel 68 Fw.5 Met het voorontwerp Wet overgang van onderneming in faillissement (Wovo),6 beoogt de wetgever specifiek te verduidelijken wat voor persoonsgegevens van werknemers de curator mag verwerken als hij de onderneming wil overdragen. Voorgesteld artikel 101a Fw stelt dat de curator aan potentiële verkrijgers persoonsgegevens van de werknemers kan verstrekken “met als doel deze potentiële verkrijgers in staat te stellen een bod te doen op de onderneming”.7 Ook deze verwerking wordt gebaseerd op de taak van algemeen belang.8 Over persoonsgegevens van andere betrokkenen wordt in het voorontwerp Wovo niets geregeld.
Mijns inziens is met het bestaan van een faillissementsprocedure een maatschappelijk belang gediend. De curator heeft een essentiële rol binnen de afwikkeling van het faillissement. Die taak is een taak van algemeen belang in de zin van de AVG. Zelfs zonder deze uitdrukkelijke bepalingen meen ik daarom dat de curator de verwerking van persoonsgegevens door die met geïnteresseerde partijen te delen in een biedingsprocedure kan baseren op zijn taak van algemeen belang ex artikel 68 Fw.9 Wel is het aan te raden om dit te codificeren en zo meer zekerheid te scheppen.10
Die taak van algemeen belang van de curator bestaat uit beheren en vereffenen. Het doel hierbij is in beginsel om de boedel te liquideren voor een zo hoog mogelijk bedrag, hoewel andere omstandigheden zoals werkgelegenheid ook een rol kunnen spelen.11 In het algemeen valt aan te nemen dat geïnteresseerde partijen geneigd zijn eerder een bod uit te brengen of een hogere prijs te betalen indien zij beter weten wat zij kopen.12 Hiervoor is noodzakelijk dat de curator informatie deelt met deze geïnteresseerde partijen. Op basis van de AVG moet dit beperkt worden tot de noodzakelijke persoonsgegevens. Welke informatie precies noodzakelijk is, bespreek ik in §6.4.
6.3.1 Grondslag voor het verstrekken van speciale persoonsgegevens