De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.6.5.5:6.6.5.5 Welk Nederlands bestuursorgaan is verantwoordelijk voor de beoordeling of een Europese subsidie en de nationale cofinanciering moeten worden aangemeld?
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.6.5.5
6.6.5.5 Welk Nederlands bestuursorgaan is verantwoordelijk voor de beoordeling of een Europese subsidie en de nationale cofinanciering moeten worden aangemeld?
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS393693:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hieromtrent hoofdstuk 3, paragraaf 32.1.
Dit is geregeld in de Subsidieregeling EFRO doelstelling 2.
Omdat het om decentrale overheden gaat, verloopt de aanmelding via het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden van het ministerie van BZK.
In de meeste Europese subsidieregelgeving is geregeld dat voor een project maar één Europese subsidie kan worden verkregen.
<http://www.iijksoverheid.nl/onderwerpen/staatssteun/coordinatie-staatssteun-in-nederland>.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien de verstrekking van de Europese subsidie enerzijds en de verstrekking van de nationale cofinanciering anderzijds in handen is van verschillende en meerdere Nederlandse bestuursorganen, rijst de vraag welk Nederlands bestuursorgaan moet beoordelen of sprake is van onrechtmatige staatssteun. Op grond van de Costanzo-verplichting1 is uiteraard ieder bestuursorgaan gehouden om de Europese staatssteunregels na te leven. Om te voorkomen dat hierover discussies ontstaan, is in de praktijk in veel gevallen ervoor gekozen de bevoegdheid tot het verstrekken van de Europese subsidie en de nationale cofinanciering — ook als deze van een ander bestuursorgaan afkomstig is — in de hand van één bestuursorgaan te leggen.
De Rijkscofinanciering in het kader van EFRO wordt bijvoorbeeld niet verstrekt door de minister van EL&I, maar door de managementautoriteiten, namelijk GS van Gelderland, GS van Noord-Brabant, B&W van de gemeente Rotterdam en het DB van SNN, die ook de Europese subsidie verstrekken.2 Deze managementautoriteiten zijn vervolgens verantwoordelijk voor de beoordeling of sprake is van staatssteun en zo ja of de steun moet worden aangemeld.3
Het komt ook voor dat een onderneming meerdere Europese en nationale subsidies ontvangt van verschillende Nederlandse bestuursorganen. Ook al gaat het wat betreft de Europese subsidies per definitie om verschillende projecten,4 de Europese gelden komen wel bij dezelfde onderneming terecht. Dit probleem wordt doorgaans opgelost door in het aanvraagformulier de aanvrager te laten opgeven welke andere Europese of nationale subsidies zijn verkregen. Hiermee is het bestuursorgaan afhankelijk van de informatie die de subsidieaanvrager verstrekt. De vraag rijst of er landelijk geen meldpunt zou moeten komen van alle subsidies die aan een bepaalde onderneming worden verstrekt. De coordinatie die is geregeld omtrent staatssteun ziet alleen op staatssteun die moet worden aangemeld bij de Europese Commissie.5