Einde inhoudsopgave
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/6.2.1
6.2.1 Artikel 82 lid 1 AVG
mr. T.F. Walree, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. T.F. Walree
- JCDI
JCDI:ADS267442:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 35bis lid 4 Verordening (EU) 462/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 tot wijziging van Verordening (EG) 1060/2009 inzake ratingbureaus (PbEU 2013, L 146).
HvJ EU 18 oktober 2011, C-34/10, ECLI:EU:C:2011:669 (Brüstle/Greenpeace), punt 25; HvJ EU 14 februari 2012, C-204/09, ECLI:EU:C:2012:71 (Flachglas Torgau/Duitsland), punt 37; HvJ EU 19 december 2013, C-279/12, ECLI:EU:C:2013:853 (Fish Legal/Information Commissioner), punt 42.
Zie uitvoerig over deze (gemeenschaps)autonome uitleg Walree 2017, p. 928-930 (hoofdstuk 1, paragraaf 5) Vergelijk Tjong Tjin Tai, p. 31-36; Rubí Puig 2018, p. 73-74; Truli 2018, p. 319. Zie ook Raad van de Europese Unie, ‘Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council on the protection of individuals with regard to the processing of personal data and on the free movement of such data (General Data Protection Regulation) – Preparation of a general approach 9788/15 EN’, consilium.europa.eu 11 juni 2015, p. 244 (bij voetnoot 592). De Nederlandse regering was in de voorbereiding op de AVG van mening dat het schadebegrip naar nationaal recht dient te worden uitgelegd. De Commissie vond echter dat het schadebegrip door het Hof van Justitie moet worden uitgelegd. Dit is uiteindelijk ook zo opgenomen in overweging 146 AVG. Vergelijk in andere zin O’Dell 2017, p. 97-164.
Zie over de voorrang van het Unierecht en het buiten toepassing verklaren van strijdig nationaal recht: HvJ EG 9 maart 1978, C-106/77, ECLI:EU:C:1978:49 (Simmenthal), punt 21; HvJ EG 19 juni 1990, C-213/89, ECLI:EU:C:1990:257 (Factortame e.a.), punt 23. Vergelijk ook HvJ EG 16 december 1976, C-33/76, ECLI:EU:C:1976:188 (Rewe) punt 5-6; HvJ EG 16 december 1976, C-45/76, ECLI:EU:C:1976:191 (Comet), punt 13; HvJ EG 13 maart 2007, C-432/05, ECLI:EU:C:2007:163 (Unibet/Justitiekanslern), punt 43; HvJ EU 9 december 2010, C-568/08, ECLI:EU:C:2010:751 (Combinatie Spijker/Provincie Drenthe), punt 91.
Artikel 82 lid 1 AVG geeft de betrokkene een recht op schadevergoeding als hij materiële of immateriële schade lijdt als gevolg van een inbreuk op de AVG. In tegenstelling tot andere Unierechtelijke instrumenten die voorzien in een recht op schadevergoeding,1 bepaalt artikel 82 AVG niet dat het begrip ‘schade’ aan de hand van het nationale recht moet worden uitgelegd. Integendeel, de Uniewetgever bepaalt in overweging 146 AVG dat het begrip ‘schade’ ruim moet worden uitgelegd in het licht van de rechtspraak van het Hof van Justitie, op een wijze die ten volle recht doet aan de doelstellingen van deze verordening. Dit begrip laat ‘eventuele eisen tot schadeloosstelling wegens inbreuken op andere regels in het Unierecht of het lidstatelijke recht onverlet’. Bovenal is het vaste rechtspraak van het Hof van Justitie dat begrippen in het Unierecht, voor zover zij niet nadrukkelijk verwijzen naar het recht van de lidstaten, autonoom en uniform moeten worden uitgelegd, ten behoeve van de eenvormige toepassing van het Unierecht en het gelijkheidsbeginsel.2
De vergoedbare schade van artikel 82 lid 1 AVG moet aldus autonoom worden uitgelegd.3 Deze autonome uitleg heeft voorrang op een afwijkende nationale interpretatie van het schadebegrip.4 Evenwel expliceert de tekst van artikel 82 lid 1 AVG niet wat die vergoedbare schade is. Door de recente inwerkingtreding van de AVG (25 mei 2018) bestaat er nog geen rechtspraak van het Hof van Justitie over de toepassing van artikel 82 AVG en de op grond van dit artikel vergoedbare schade. In overweging 146 AVG staat echter wel dat het begrip ‘schade’ ruim moet worden uitgelegd in het licht van de rechtspraak van het Hof van Justitie, op een wijze die ten volle recht doet aan de doelstellingen van deze verordening. Om die reden bespreek ik de rechtspraak van het Hof van Justitie ten aanzien van immateriële schade (paragraaf 2.2.1) en ten aanzien van het recht op bescherming van persoonsgegevens. Vervolgens behandel ik twee doelstellingen van de AVG: controle over persoonsgegevens door de betrokkene en handhaving (paragraaf 2.3).