Wijziging van beperkte rechten
Einde inhoudsopgave
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/5.6:5.6 Slotsom
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/5.6
5.6 Slotsom
Documentgegevens:
mr. K. Everaars, datum 01-12-2020
- Datum
01-12-2020
- Auteur
mr. K. Everaars
- JCDI
JCDI:ADS254104:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
601. Er zijn veel verschillende rechtsgronden voor een wijziging van de inhoud van een beperkt recht. Die rechtsgronden verschillen op veel onderdelen van elkaar, niet alleen qua kwalificatie, ook qua vereisten en rechtsgevolgen. Zo zijn er rechtsgronden op grond waarvan de rechter een wijzigingsbevoegheid heeft, rechtsgronden op grond waarvan partijen meerzijdig of eenzijdig de inhoud van een beperkt recht kunnen wijzigen en rechtsgronden die van rechtswege werken, of niet van rechtswege, maar waarop een beroep moet worden gedaan. Er zijn rechtsgronden die uitdrukkelijk uit de wet voortvloeien, maar ook rechtsgronden waar een expliciete wetsbepaling ontbreekt. In sommige gevallen is de wijzigingsgrond van toepassing op alle beperkte rechten, in sommige gevallen alleen op een bepaalde groep beperkte rechten. Soms geldt voor een wijziging een (of meer) specifiek(e) vereiste(n). Er moeten bijvoorbeeld onvoorziene omstandigheden bestaan, of de wijziging moet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid gerechtvaardigd zijn. Ook kan bezit van een gewijzigd beperkt recht nodig zijn, of dat een beperkt recht is geëindigd, maar de zaak niet is ontruimd. Voorts is in bepaalde gevallen een wijzigingshandeling nodig, terwijl in andere gevallen de wijziging plaatsvindt zonder een wijzigingshandeling. In sommige gevallen is inschrijving van de wijziging in de openbare registers dus een constitutief vereiste, in andere gevallen niet. Dan zijn er ook nog gevallen waarin inschrijving weliswaar geen vereiste is, maar wel aan te raden, omdat een derde anders beschermd wordt. De ene rechtsgrond is in het leveren geroepen als wijzigingsgrondslag, de andere rechtsgrond niet per se, maar werkt wel op die manier.
602. Het bestaan van de verschillende rechtsgronden betekent niet dat er geen dwarsverbanden zichtbaar zijn. Uiteraard is dat goed zichtbaar als het gaat om wijzigingen die binnen dezelfde categorie vallen. Als een wijziging van rechtswege werkt, of dat nou het doorlopen van een opstalrecht is omdat de zaak niet is ontruimd of een uitbreiding van de inhoud van een erfdienstbaarheid door verjaring, treden de rechtsgevolgen in als aan de vereisten is voldaan. Als een wijziging door partijen tot stand komt, of dat nou een wijziging van de inhoud is of een wijziging van de rangorde, treden de rechtsgevolgen in als aan de wijzigingshandelingen is voldaan. Als een beperkt recht alleen door de rechter kan worden gewijzigd, of het nou gaat om onvoorziene omstandigheden of strijd met het algemeen belang, treden de rechtsgevolgen in door de uitspraak van de rechter. Dwarsverbanden zijn echter ook zichtbaar als het gaat om wijzigingen in de verschillende categorieën. Bij meerdere rechtsgronden is te zien dat bepaalde wijzingen weliswaar veranderingen zijn, maar dat daarvoor een basis te vinden is in de vestigingsvoorwaarden. Dat heeft invloed op de vereisten en rechtsgevolgen van de wijziging. De belangrijkste overeenkomst tussen de verschillende rechtsgronden is dat een wijziging, of die nou plaatsvindt door of via de rechter, door partijen of van rechtswege, in beginsel niet leidt tot de totstandkoming van een nieuw recht, maar tot voortzetting van het beperkte recht in gewijzigde vorm. Derden met een beperkt recht worden in het wettelijk systeem voldoende beschermd.
603. Er is meer ruimte om de afzonderlijke rechtsgronden met elkaar te verbinden. Een goed voorbeeld geeft de wijziging van de rangorde van beperkte rechten. De rangorde van een beperkt recht vertoont grote verwantschap met de inhoud van een beperkt recht, als de rangorde niet als inhoud kan worden aangemerkt. De wijziging van de rangorde wijkt echter qua vereisten en rechtsgevolgen op bepaalde onderdelen af van de wijziging van de inhoud, terwijl daarin meer eenheid kan worden aangebracht. Ook bij de wijzigingsgronden door de rechter op grond van onvoorziene omstandigheden is meer eenheid aan te brengen. De goederenrechtelijke rechtsgronden verschillen onderling van elkaar en wijken ook af van de verbintenisrechtelijke rechtsgronden. Dat is niet gewenst. Om die reden pleit ik ervoor de wachttermijnen af te schaffen.
604. Al met al kan worden geconcludeerd dat het begrip ‘wijziging’ geen onderscheidend vermogend heeft. Het begrip is een verzamelterm voor een verandering van een beperkt recht, maar het begrip maakt niet duidelijk wat er juridisch plaatsvindt. In sommige gevallen gebeurt er juridisch gezien zelfs helemaal niets, omdat van een juridische wijziging geen sprake is, maar van een feitelijke wijziging. Als een juridische wijziging van de inhoud van een beperkt recht plaatsvindt, zegt dat op zichzelf ook niets. Vastgesteld moet worden wat de aard van de wijziging is, om te beoordelen welke rechtsgrond van toepassing is, welke vereisten gelden en wat de rechtsgevolgen zijn. Het begrip wijziging is daarmee goed te vergelijken met de begrippen ‘ontstaan’ en ‘tenietgaan’ van beperkte rechten. Ook die begrippen hebben weinig onderscheidend vermogen, omdat ze niet aangeven hoe het beperkte recht ontstaat of tenietgaat. Een beperkt recht kan ontstaan door vestiging, maar bijvoorbeeld ook door verjaring, of op grond van de wet. Een beperkt recht kan tenietgaat door afstand, maar bijvoorbeeld ook door opzegging, door verjaring of op grond van de wet. Hetzelfde geldt voor een wijziging. Een wijziging kan bijvoorbeeld plaatsvinden door een aanvullende vestiging en/of een gedeeltelijke afstand, maar ook door verjaring of derdenbescherming.
605. Zoals ik in de inleiding van dit proefschrift aangaf is in de meeste handboeken over het goederenrecht een algemene beschouwing over het ontstaan, de overgang en het tenietgaan van beperkte rechten te vinden, maar niet over de wijziging van beperkte rechten. Gelet op het belang van de wijziging van de inhoud of rangorde van beperkte rechten voor de (rechts)praktijk en de samenhang met het ontstaan en tenietgaan van beperkte rechten, verdient de wijziging van beperkte rechten die beschouwing wel. Met dit proefschrift is in die leemte voorzien voor wat betreft de wijziging van de inhoud en rangorde van beperkte rechten. De beschrijving en analyse van het geldende recht heeft inzichtelijk gemaakt welke verschillende rechtsgronden voor de wijziging van de inhoud of rangorde van een beperkt recht bestaan en wat voor toepassing van deze rechtsgronden de vereisten en rechtsgevolgen zijn. Tevens heeft de beschrijving en analyse van het geldende recht aan het licht gebracht op welke onderdelen het recht inconsistenties, leemtes en gebreken vertoont en hoe die inconsistenties, leemtes en gebreken kunnen worden opgelost. Daarbij stond telkens het systeem van de wet centraal. Het is van belang dit systeem bijeen te houden, zodat rechtsvragen in het kader van de wijziging van de inhoud of rangorde van beperkte rechten steeds kunnen worden beantwoord aan de hand van dit systeem en de algemene beginselen van het vermogensrecht.