De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/4.5.3:4.5.3 De taken van de vereffenaar(s)
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/4.5.3
4.5.3 De taken van de vereffenaar(s)
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS389883:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Van der Grinten & Maeijer 2-II 1997, nr. 166a.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De overige taken van zowel de niet-gerechtelijke als de gerechtelijke vereffenaars zijn vastgelegd in artikel 2:23b BW. Uiteraard dient de vereffenaar zijn werkzaamheden op vereffening te richten;
‘De primaire taak van vereffenaars is zorg te dragen, dat voor zover het actief van de rechtspersoon dit toelaat, de schuldeisers van de rechtspersoon worden voldaan.’1
Het eerste lid van artikel 2:23b BW voorziet in een regeling voor de situatie waarin de vereffening resulteert in een batig saldo.2 In dergelijke situaties draagt de vereffenaar hetgeen na voldoening van de schuldeisers van het vermogen van de ontbonden BV is overgebleven – in verhouding tot ieders recht – over aan hen die krachtens de statuten daartoe gerechtigd zijn, of anders aan de aandeelhouders. Hieruit blijkt dat de aanspraken van schuldeisers niet verloren gaan door de ontbinding van de BV. Wanneer bij de vereffenaar gerede twijfel bestaat over het al dan niet bestaan van schuldeisers, zal de vereffenaar dienen na te gaan of alle schulden van de BV wel aan hem bekend zijn. Wanneer bepaalde vorderingen van schuldeisers hem ongegrond voorkomen, dient hij deze te betwisten.
Wanneer een overschot wordt uitgekeerd als bedoeld in artikel 2:23b BW is dit een verkrijging onder bijzonder titel. Onder ‘hen die krachtens de statuten daartoe zijn gerechtigd’ kunnen aandeelhouders (aan wie bij voorrang dient te worden uitgekeerd hetgeen zij verplicht gestort hebben op de nominale bedragen van hun aandelen) en bijvoorbeeld houders van winst- of participatiebewijzen vallen. Ook kan statutair zijn gekozen voor differentiatie in zeggensmacht en winstrechten door aanduiding van aandelen. Bovendien kan in de statuten rekening worden gehouden met de nog te verrichten betaling van eventueel achterstallig dividend, maar ook met de omstandigheid dat een gedeelte van de aandelen is volgestort.3
De statutaire regeling omtrent wie de rechthebbenden op het overschot ex artikel 2:23b BW zijn en hoever hun rechten zich uitstrekken, dient duidelijk te zijn. Dit mag dus niet afhankelijk zijn van de beslissing van een ander vennootschappelijk orgaan.4
Het zesde lid van artikel 2:23b BW bepaalt dat ‘telkens wanneer de stand van het vermogen daartoe aanleiding geeft, de vereffenaar een uitkering bij voorbaat aan de gerechtigden kan doen’. Met betrekking tot hetgeen na voldoening van de schuldeisers van het vermogen van de ontbonden BV is overgebleven geldt dat de omvang en samenstelling van dit overschot dient te blijken uit de door de vereffenaar op te stellen rekening en verantwoording. Wanneer er meerdere gerechtigden tot het overschot zijn, dient de vereffenaar daarnaast een plan van verdeling op te stellen, aldus artikel 2:23b lid 2 BW. Het derde lid van artikel 2:23b BW betreft een regeling voor het geval dat tot het overschot iets anders dan geld behoort. Het vierde, vijfde en zevende lid van artikel 2:23b BW geven een regeling omtrent de nederlegging, de mogelijkheid tot inzage en verzet van respectievelijk tegen de rekening en verantwoording en het plan van behandeling.
De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaar bekende baten meer aanwezig zijn (artikel 2:23 lid 9 BW) en na verloop van één maand dient de vereffenaar rekening en verantwoording van zijn beheer aan de rechter te doen, indien deze bij de vereffening is betrokken (artikel 2:23 lid 10 BW).