Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/432
Relatievermogensrecht. Wet beperking omvang wettelijke gemeenschap van goederen. Voorhuwelijkse gemeenschappelijke goederen en schulden (art. 1:94 lid 7 BW); huis; hypothecaire lening; verbouwingskosten; geen ‘halvering meerinbreng’. Vergoedingsrechten in verband met vermogensverschuivingen.
HR 21-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:436
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/02046
- Conclusie
A-G mr. F. Ibili
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:436, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1393, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Relatievermogensrecht. Wet beperking omvang wettelijke gemeenschap van goederen. Voorhuwelijkse gemeenschappelijke goederen en schulden (art. 1:94 lid 7 BW); huis; hypothecaire lening; verbouwingskosten; geen ‘halvering meerinbreng’. Vergoedingsrechten in verband met vermogensverschuivingen.
Samenvatting
Op 1 januari 2018 is art. 1:94 BW gewijzigd om — voor na die datum gesloten huwelijken — de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen te beperken (Wet beperking omvang wettelijke gemeenschap van goederen, Stb. 2017, 177). Buiten de gemeenschap vallen — kort gezegd — goederen en schulden die de echtgenoten bij het aangaan van het huwelijk reeds hadden (voorhuwelijks ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.