Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.3.2
17.3.2 Belangenbehartiging door de beheerder
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS366085:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2010/11, 32887, nr. 3 (MvT), p. 39 en nr. 6 (NnahV), p. 31.
Zie art. 6:163 BW.
Zie Hof Amsterdam (OK) 8 september 2008, JOR 2009/127 m.nt. Josephus Jitta (e-Traction), r.o. 3.10, laatste zin.
Meer specifiek de belangen van een aandeelhouder in de oorspronkelijke aandeelhouder. Een vergelijkbare overweging is terug te vinden in Hof Amsterdam (OK) 29 november 2005, ARO 2005, 210 (Dyna Music).
Zie Geerts (Diss.), p. 310 ook voor verdere vindplaatsen en Eikelboom 2011A.
HR 11 juli 2014, JOR 2010/226 m.nt. Van Solinge (e-Traction-I).
Hof Amsterdam (OK) 24 oktober 2013, ARO 2013/162 (Staat Creative Agency).
Zie par. 4.2.7.2.
Hof Amsterdam (OK) 30 oktober 2013, JOR 2013/337 m.nt. Josephus Jitta (Novero).
HR 11 juli 2014, NJ 2014/389 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2014/263 m.nt. Josephus Jitta bij JOR 2014/264 (Novero-II).
De desbetreffende overweging is ook niet in de literatuur ter discussie gesteld. Zie bijvoorbeeld Sinninghe Damsté 2014 en Te Winkel en De Graaff, par. 7.
R.o. 3.3.
Josephus Jitta 2016, par. 4.
Hof Amsterdam (OK) 4 juni 2015, ARO 2015/159 (Suncycle).
Zie voor een praktijkvoorbeeld van ruzie tussen OK-functionarissen Hof Amsterdam (OK) 26 november 2015, JOR 2016/32 (ZED+).
Vgl. hetgeen par. 2.2.5 opmerkt over de praktische voordelen van de enquêteprocedure.
De wetgever meent dat de tijdelijke beheerder aansprakelijk kan zijn jegens de vennootschap wegens onbehoorlijke taakvervulling,1 hetgeen impliceert dat de beheeropdracht mede strekt ter bescherming van de belangen van de vennootschap.2 De ondernemingskamer meent dat de tijdelijk beheerder ook met andere belangen mag rekening houden, in het bijzonder de belangen van de oorspronkelijke aandeelhouder. In haar rechtspraak is echter geen vaste formule geformuleerd ten aanzien van de vraag door welke belangen de tijdelijke beheerder zich moet laten leiden.
In een e-Traction-beschikking3 overwoog de ondernemingskamer dat het belang van de vennootschap en de daarmee verbonden onderneming de leidraad vormt bij het beheer. Zij voegde daaraan toe dat tevens mag worden gelet op de belangen van de oorspronkelijke aandeelhouder.4 Dat standpunt werd indertijd ook in de literatuur gehuldigd.5 Ook zal waarschijnlijk een rol hebben gespeeld dat de desbetreffende aandeelhouder het belang van de vennootschap had geschaad en de vennootschap dus tegen hem moest worden beschermd. In cassatie6 stond deze overweging niet ter discussie.
In de Staat Creative Agency-beschikking7 overwoog de ondernemingskamer dat de tijdelijke beheerder het stemrecht kan uitoefenen overeenkomstig de door deze beheerder vast te stellen gerechtvaardigde belangen van alle drie de aandeelhouders. Het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming werd niet genoemd. Dat belang kan nagenoeg geheel samenvallen met het belang van de drie genoemde aandeelhouders,8 maar dat lag in dat geval niet voor de hand, nu de desbetreffende vennootschap (indirect) 23 werknemers in dienst had. Het niet noemen van het belang van de vennootschap hield waarschijnlijk verband met het geschil. Er was een impasse tussen de aandeelhouders en twee van de aandeelhouder poogden om de derde buitenspel te zetten. Los daarvan was geen sprake van het schenden van belang van de vennootschap waartegen deze beschermd moest worden.
In een van de Novero-beschikkingen9 liet de ondernemingskamer zich uit over de vraag hoe een verzoek tot vervanging van de tijdelijke beheerder moet worden beoordeeld. Of een zodanig verzoek toewijsbaar is, is mede afhankelijk van de afweging van de betrokken belangen, waaronder in het bijzonder het belang van de desbetreffende vennootschap en de door deze gedreven onderneming. Daarnaast dient voor ogen te worden gehouden dat een tijdelijke beheerder in het bijzonder – ook – heeft te waken voor de belangen van de oorspronkelijke aandeelhouder, gemeten naar objectieve maatstaven. Aldus verbreedde de ondernemingskamer enerzijds de belangen waarmee de beheerder rekening moet houden door deze niet te beperken tot het belang van de oorspronkelijke aandeelhouder en vennootschap en de daaraan verbonden onderneming. Anderzijds maakte de ondernemingskamer wel duidelijk dat deze twee belangen het zwaarst wegen. Uit de desbetreffende overweging blijkt niet (duidelijk) of deze belangen even zwaar wegen, of dat één van deze toch zwaarder weegt. De casus vergde ook niet dat de ondernemingskamer op dat punt een knoop doorhakte.
In cassatie10 werd niet aangevoerd dat de ondernemingskamer was uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van de belangen waarmee de tijdelijke beheerder rekening moet houden en het gewicht dat aan deze belangen toekomt.11 Wel werd (tevergeefs) aangevoerd dat de ondernemingskamer te terughoudend was geweest in de toetsing van het handelen van de tijdelijke beheerder. Uit de beoordeling van dat klachtonderdeel12 blijkt wel dat de belangen van alle betrokken partijen van belang zijn.
De hierboven besproken rechtspraak biedt geen basis om harde conclusies te trekken over de vraag met welke belangen de tijdelijke beheerder rekening moet houden en of deze even zwaar wegen. De rechtsoverwegingen die enig inzicht geven in hoe hierover gedacht dient te worden, zijn te summier uitgewerkt en lijken te zeer ingegeven door de specifieke omstandigheden om algemene conclusies te kunnen trekken. Daaruit zou wel met enige voorzichtigheid kunnen worden afgeleid dat de omstandigheden bepalend zijn. Dat zou ook aansluiten bij hetgeen hierna in par. 17.6.3.1 zal worden besproken over de inhoud van de beheeropdracht.
Josephus Jitta13 pleit er voor dat, indien de belangen van de getroffen aandeelhouders tegengesteld zijn, er per groep aandeelhouders een tijdelijk beheerder wordt aangesteld. In de Suncycle-beschikking14 is dit ook gebeurd. Het nadeel hiervan is dat de kosten toenemen. Ook ligt het risico op de loer dat de verschillende beheerders het geschil tussen de oorspronkelijke aandeelhouders voortzetten.15 Om die redenen meen ik dat terughoudend gebruik gemaakt moet worden van deze mogelijkheid.16