Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/:I.E.EENS 'SUI GENERIS'ALTIJD 'SUI GENERIS'?
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/
I.E.EENS 'SUI GENERIS'ALTIJD 'SUI GENERIS'?
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS403793:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de poging om tot een omschrijving te komen van de aard van 'executele/ Testamentsvollstreckung/testamentuitvoering' springt eruit dat de term 'sui generis' al drie keer gevallen is: bij de behandeling van het 'oude' erfrecht (het meest expliciet Van der Burght), het Duitse recht (Offergeld, Lauer en Schmucker), en het Belgische recht (Van Grunderbeeck).Wat hiermede in ieder geval is gezegd, is dat het beestje 'executele' zich niet eenvoudig laat vangen binnen een kant en klare reeds bestaande rechtsfiguur.Voorts merk ik op dat ondanks de term 'sui generis' toch verband gelegd wordt, dan wel getracht wordt verband te leggen, met een vertegenwoordigingsfiguur. Offergeld spreekt uitdrukkelijk van het instituut sui generis.1 Dit is weer te begrijpen vanuit het feit dat in Duitsland de 'Vertretertheorie' het in beginsel heeft moeten afleggen tegen de 'Amtstheorie'. Van Grunderbeeck gebruikt de term sui generis het meest verfijnd, niet in het licht van vertegenwoordiging in het algemeen, doch in het licht van lastgeving, althans bijzondere lastgeving. Dit heeft mijns inziens te maken met het feit dat indien een 'testamentuitvoerder' minder vergaande bevoegdheden heeft, men ook meer oog krijgt voor de interne relatie van de bij 'executele' betrokken personen en de overeenkomstgedachte wellicht meer komt bovendrijven. Vanzelfsprekend sluiten lastgeving en vertegenwoordiging elkaar niet uit. Het is slechts de vraag op welke kant van de medaille men bij een rechtsfiguur de nadruk wenst te leggen.
Indien men het Duitse recht en het Belgische recht met elkaar in verband brengt is het van belang te blijven zien dat de Duitse Testamentsvollstrecker een veel sterkere positie heeft dan de Belgische collega. Minder bevoegdheden, minder belang en minder wetenschappelijke ruzie zou de (Belgische) gedachte kunnen zijn. Overigens is in de Belgische rechtsleer2 bijvoorbeeld ook wel eens verdedigd, met betrekking tot aansprakelijkheidskwesties, dat niet de bepalingen van lastgeving van toepassing zijn, maar de artikelen 1382 en 1383 BBW (het leerstuk van misdrijven en oneigenlijke misdrijven), omdat de testamentuitvoerder tegen het belang van de erfgenamen optreedt. In zoverre blijkt maar weer dat het spanningsveld steeds aanwezig is, al is het maar op de achtergrond.
Onderzocht dient thans te worden in hoeverre executele zich onder ons nieuw erfrecht laat vangen bij een poging om dit bij een bestaande rechtsfiguur onder te brengen. Heeft de wetgever het probleem opgelost door het antwoord op de vraag naar de aard van de rechtsfiguur een basis in de wet te geven, of was dit wellicht niet nodig omdat er zo'n diepe historische wortels ten aanzien van de aard van de rechtsfiguur executele in ons recht aan te geven waren, dat er geen discussie over kon ontstaan? Of heeft het nieuwe vermogensrecht ons in 1992 nieuwe rechtsfiguren gebracht, die beter aansluiten bij de aard van executele, zodat inbedding in het algemene vermogensrecht eenvoudiger is geworden?
Naarmate een 'executeurachtige' meer bevoegdheden krijgt, zal er overigens in de rechtspraktijk ook meer behoefte zijn aan het onderkennen van zijn ware aardom daarmee allerlei vraagstukken rondom het 'mogen en kunnen toepassen' van deze bevoegdheden, te kunnen beantwoorden.
Om maar van zo veel mogelijk Europese markten thuis proberen te zijn, voordat wij ons wagen aan de nieuwe Nederlandse executeur, toch eerst ook nog de vraag hoe de 'Willensvollstrecker' het er vanafgebracht heeft.