Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/I.A:I.A. INLEIDING
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/I.A
I.A. INLEIDING
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS402648:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeldart. 6:216 lid 1 BWen art. 6:261 lid 2 BW Soms bekruipt de jurist dan ook het gevoel dat hijzelfs niet meer weet of zijn glas halfvol of half leeg is.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het hoofddoel van deze studie is, zoals hiervoor aangegeven, een onderzoek naar de grondslagen van executele, meer specifiek: naar de aard van de rechtsfiguur. Iedere jurist krijgt immers zo nu en dan van de wetgever te horen: 'tenzij de aard der rechtsbetrekkingen zich daartegen niet verzet', dan wel soortgelijke frasen.1
Wie de ware aard van een rechtsfiguur kent, beschikt ook over de sleutel voor de oplossing van vragen waar de wet, op het eerste gezicht, het antwoord niet op lijkt te geven. De wet van 1838 gaf nagenoeg geen aanwijzingen over de aardvan executele.
Eerst zal ik dan ook nagaan hoe de aard van de rechtsfiguur onder oud erfrecht in de doctrine en de rechtspraak getypeerd werd om vervolgens te kijken in hoeverre het nieuwe erfrecht daarin verandering heeft gebracht. De vraag in hoeverre de oude knelpunten zijn opgelost komt dan vanzelf aan de orde.Verslechtering van de regeling was bijna niet mogelijk, zo lijkt het.
Ter bepaling van de gedachte zal eveneens aandacht worden besteed aan 'die Rechtsnatur' desTestamentsvollstreckers, alsmede aan de kwalificatie van de Belgische 'testamentuitvoerder'. Ook de Zwitserse Willensvollstrecker en de nieuwe Franse executeur testamentaire zullen in de beschouwingen worden meegenomen.
Het eerste onderdeel van de studie zal worden afgesloten met een (of meerdere) conclusie(s) ten aanzien van de aard van de executele onder het nieuwe erfrecht, waarbij ook aandacht besteed zal worden aan de plaats van executele binnen de gelaagde structuur van ons vermogensrecht. Op basis van de (voorlopige) conclusie(s) kan in de volgende hoofdstukken niet alleen een concretisering en nadere uitwerking plaatsvinden, maar met name ook een toetsing daarvan.
De onduidelijkheid rondom de aard en bevoegdheden van onze executeur is mijns inziens overigens niet in de laatste plaats veroorzaakt door het fenomeen 'boedelbereddeaar' dat in de testamentenpraktijk, meer en meer los van een wettelijke basis, zijn eigen leven ging leiden. Dit maakte het er niet gemakkelijker op om de 'ware' aard van de executeur te herkennen. Ook het in de uiterste wilsbeschikkingen nagenoeg altijd bekleden van de executeur met het 'bezit' van de nalatenschap maakte het er niet duidelijker op. Hoe diende dit Franse 'onrustige bezit' juridisch geduid te worden? Aangezien de notari-ele praktijk tot in lengte van dagen met deze oude, veelal onduidelijke, uiterste wilsbeschikkingen te maken zal blijven krijgen, besteedik in Hfdst. VI aandacht aan het overgangsrecht. Heeft het overgangsrecht de oude 'ontaarde' executeurs een nieuwe aard en daarmee een nieuw bestaan gegeven? Een bevestigende beantwoording zou de ontwikkeling van de nieuwe execu-tele in een stroomversnelling kunnen doen komen.
Eerst een blik op de literatuur over de positie van de executeur onder het oude erfrecht. Hoe hebben de drie klassieke erfrechtelijke handboeken de executeur neergezet?