Beschadigd vertrouwen
Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/6.6.6.2:6.6.6.2 Standaardisering
Beschadigd vertrouwen 2021/6.6.6.2
6.6.6.2 Standaardisering
Documentgegevens:
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480709:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Gemeenteblad 2006, afd. 3A, nr. 155/310; Gemeenteblad 2008, afd. 3A, nr. 199/501; Gemeenteblad 2010, afd. 3A, nr. 128/294.
Herikhuisen 2015.
Gemeenteblad 2010, afd. 3A, nr. 128/294.
Interviews betrokkenen 2019.
Grinwis, Hooyman & Van Kesteren 2015, p. 16.
Interviews betrokkenen 2019.
Grinwis, Hooyman & Van Kesteren 2015, p. 20.
Herikhuisen 2015, p. 38.
Rekenkamer Amsterdam 2006, p. 9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tijdens de schadeafhandeling van de Noord/Zuidlijn is meermaals gebruikgemaakt van gestandaardiseerde (ook wel forfaitaire of vaste) bedragen en vergoedingen. Zo bestond de tegemoetkomingsregeling uit forfaitaire bedragen: hoeveel men ontving werd bepaald aan de hand van het VROM-puntenstelsel1 en omwonenden stelden die vergoeding op prijs.2 Het zou ingewikkeld zijn geweest om per omwonende of ondernemer een berekening te maken van de schade door de overlast.3 Vanaf 2010 ontvingen ook de ondernemers deze vaste maandelijkse tegemoetkoming, die zij onder meer konden inzetten om hun vaste lasten te dekken.4
In de afhandeling van nadeelcompensatieclaims is een gemêleerd beeld zichtbaar wat betreft standaardisering. Gedupeerde ondernemers waren zelden tevreden met de uiteindelijke schadeberekening en vonden de transactiekosten van de Schadecommissie te hoog.5 Gelet op de hoogte van de vergoedingen werd het echter niet verantwoordelijk geacht om hier met forfaitaire bedragen te werken6 – het Schadebureau heeft uiteindelijk zo’n € 63 miljoen aan nadeelcompensatie verstrekt,7 waarbij het totale bedrag van de leefbaarheidsmaatregelen – zo’n € 5 miljoen8 – in het niet valt. Gedupeerden klaagden ook dat de gestandaardiseerde tegemoetkoming voor deskundigenkosten in de nadeelcompensatieprocedure onvoldoende was om de werkelijke kosten te dekken.9