Kavelruil
Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.E.3:3. Geen overgangsrecht
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.E.3
3. Geen overgangsrecht
Documentgegevens:
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS474950:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor de overige landinrichtingsinstrumenten bevat, zoals reeds behandeld, art. 95 WILG een overgangsrechtelijke bepaling. Zie in dit kader tevens H.W. Mojet, ‘Landinrichting in de WILG en het overgangsrecht bij projecten’, p. 279 e.v.
Aldus B.F. Preller, ‘De Wet inrichting landelijk gebied en kavelruil II’, p. 13.
Zie in dit kader tevens B.F. Preller, ‘De Wet inrichting landelijk gebied en kavelruil’, in: JBN 2007/10
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Opgemerkt zij nog dat de BILG in werking is getreden zonder dat er een overgangsregeling is getroffen. Dit was te verwachten, aangezien er bij de invoering van de WILG voor de kavelruil ook geen overgangsrecht is gecreëerd.1 Onmiddellijke werking is dus het devies: de aanvullende regels uit de BILG zijn van toepassing op kavelruilovereenkomsten die sinds de inwerkingtreding van het Besluit zijn gesloten.2 Voor de praktijk zal dit weinig problemen opleveren, aangezien bij lopende kavelruilprojecten geldt dat, na sluiting van de obligatoire overeenkomst tussen de deelnemende partijen, de datum van de aanvraag bij de subsidie verlenende instantie (de provincies of Gedeputeerde Staten, dan wel de DLG als gemandateerde) bepalend is voor de vraag aan welke voorwaarden de kavelruil moet voldoen.3