Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/247
Benadeelde partij kan zich met een vordering tot vergoeding van immateriële schade voegen, ook zonder dat zij de schade heeft begroot op een concreet bedrag. Aantasting in de persoon.
HR 20-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:73
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C. Caminada, G.C. Makkink, C.N. Dalebout, F. Damsteegt
- Zaaknummer
24/02515
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:73, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:937, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑06‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑04‑2025
- Wetingang
Art. 51f, 361, 421 Sv; art. 36f Sr; art. 242 (oud) Sr; art. 6:106 BW
Essentie
1. De benadeelde partij kan zich met een vordering tot vergoeding van immateriële schade in het strafproces voegen, ook zonder dat zij de schade heeft begroot op een concreet bedrag. 2. Niet onbegrijpelijk oordeel dat de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen als bedoeld in art. 6:106 onder b BW.
Samenvatting
1. De benadeelde partij kan zich met een vordering tot vergoeding van immateriële schade in het strafproces voegen, ook zonder dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.