De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.7.2.1:6.7.2.1 Algemeen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.7.2.1
6.7.2.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS394897:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 5.6.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Europese uitleg van het rechtszekerheidsbeginsel vereist dat alvorens een subsidieverplichting aan een eindontvanger van een Europese subsidie kan worden tegengeworpen, deze aan hem kenbaar moet zijn gemaakt.1 Indien een verplichting is neergelegd in een tot de lidstaat gericht Commissiebesluit dat niet is gepubliceerd, kan zij op grond van het arrest Stichting ROM niet aan de eindontvanger van de Europese subsidie worden tegengeworpen. Er bestaat voorts geen twijfel over dat sprake kan zijn van een kenbare subsidieverplichting voor de eindontvanger van de Europese subsidie, wanneer deze is neergelegd in een Europese subsidieverordening. Niet duidelijk is of dit ook geldt indien de desbetreffende verplichting is gericht tot de lidstaat, maar voor de naleving daarvan noodzakelijk is dat de eindontvanger zich eveneens aan deze verplichting houdt. Evenmin is uitgekristalliseerd in hoeverre sprake is van een kenbare subsidieverplichting, indien zij is neergelegd in tot de lidstaten gerichte Europese besluiten van algemene strekking.
In deze paragraaf wordt onderzocht in hoeverre door Nederlandse bestuursorganen en door de Nederlandse bestuursrechters wordt aangenomen dat bepalingen uit Europese subsidieverordeningen, -besluiten en andere documenten rechtstreeks als subsidieverplichting aan de eindontvanger kunnen worden tegengeworpen.