Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/7.3.2:7.3.2 Algemene beperkingen van een aanwijzing van een gerecht of gerechten
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/7.3.2
7.3.2 Algemene beperkingen van een aanwijzing van een gerecht of gerechten
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414377:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Jeantet, CDE 1972, p. 406; Roeivink, Adv. Bl. 1974, p. 242.
Ras, TvP 1975, p. 895; Roeivink, Adv. Bl. 1974, p. 243; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-441 en Huet, Clunet 1976, p. 359 onder verwijzing naar art. 92 NCPC.
BGH 28 maart 1979, Serie D, 1-17.1.1- B 10; vgl. voor twijfelgevallen: Hof Arnhem 13 juli 2004, NIPR 2004, 362 en Hof Amsterdam 27 oktober 2005, NIPR 2006, 41('... Turkmenistan Arbitration').
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag is ruim geformuleerd betreffende de keuze van gerechtelijke instanties. De keuze lijkt welhaast onbeperkt. Toch gelden enkele algemene beperkingen die samenhangen met de absolute bevoegdheid van gerechten, bevoegdheid ratione materiae, het begrip 'gerechten' , de onmogelijkheid personen aan te wijzen en tot slot het verbod een onbeperkte discretionaire bevoegdheid ten gunste van een partij op te nemen.
Een forumkeuze mag geen (nationale) regeling van absolute of materiële competentie doorbreken.1 EEX-V°Nerdrag laat zich niet met de absolute of materiële competentie in. Welke rechter in absolute zin of materieel bevoegd is, wordt uitsluitend bepaald door het interne recht van het land van de aangewezen rechter. Een aanwijzing van de rechtbank voor een arbeidszaak behorende tot de bevoegdheid van de sector kanton is dus niet mogelijk. Indien partijen de absoluut onbevoegde rechter aanwijzen, en zo'n aanwijzing voldoet aan de (dwingendrechtelijke) voorwaarden voor afwijking van de absolute competentie, dan kan de forumkeuze en afwijking geldig zijn. Daarbij kan worden gedacht aan prorogatie van het Gerechtshof (art. 329 Rv) en aanwijzing van de kantonrechter (Rb., sector kanton) voor een procedure zoals bedoeld in art. 96 Rv.
Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag doorbreekt evenmin de interne competentieregeling in de EG-lidstaat resp. verdragsluitende staten ratione materiae. Krachtens art. 23 EEX-V°/17 Verdrag kunnen partijen dus niet een bepaald gerecht aanwijzen, indien deze rechter volgens het interne recht van de staat van de aangewezen rechter niet bevoegd is.2
Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag kan voorts niet (mede) betrekking hebben op aanwijzing van een scheidsgerecht. Dat volgt reeds uit art. 1 EEX-V°Nerdrag en blijkt hier nog eens uitdrukkelijk. Het gaat slechts om overheidsgerechten3 van de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten met uitzondering van scheidsgerechten en bindend adviseurs. De aanwijzing van een scheidsgerecht laat ik verder rusten, omdat dat gaat over een overeenkomst tot arbitrage die niet wordt beheerst door EEX-V°Nerdrag.
Ten vierde zijn partijen niet zo vrij in hun keuze, dat zij een bepaalde rechter (individu) kunnen aanwijzen. Zelfs indien bepaalde rechters gespecialiseerd zijn, betekent art. 23 EEX-V°/17 Verdrag niet dat de bevoegdheid aan personen mag worden toegewezen. Art. 23 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag spreekt dan ook duidelijk over gerecht en gerechten en niet over rechter of rechters.