Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/6.2.5.1
6.2.5.1 Het AG-concernrecht: organisatie en normering in de wet
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS586186:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Hommelhoff 1982, p. 29-30; Emmerich & Habersack 2013, p. 6.
Voor meer informatie over de verschillende herzieningsvoorstellen zie Dettling 1997, p. 70-71. Zie ook: het Referentenentwurf (1958), Dettling 1997, p. 213 e.v. en het Regierungsentwurf für ein neues Aktiengesetz (1960), Dettling 1997, p. 265 e.v.
Unternehmensverträgen bestaan uit verschillende vormen van contractueel overeengekomen afhankelijkheidsrelaties.
Emmerich & Habersack 2013, p. 7.
Voor een nadere uiteenzetting van het AktG 1965, zie § 6.3.
Zie §§ 293a-293g AktG.
Al in de jaren vijftig van de vorige eeuw leeft in de West-Duitse rechtspraktijk en wetenschap de overtuiging dat een omvangrijke herziening en codificering van het concernrecht noodzakelijk is.1 Een belangrijk uitgangspunt in de gedachtevorming hieromtrent is het idee dat het concernbelang, de deelbelangen niet zonder meer ter zijde kan schuiven. Het ter zake gevoerde debat gaat in de kern over de wijze waarop dit uitgangspunt vorm dient te krijgen. De herzieningsvoorstellen2 die dit debat heeft voortgebracht, hebben een waardevolle bijdrage geleverd aan het tot stand komen van de uiteindelijke regeling. Zo heeft de wetgever bij het concipiëren van het AktG 1965 betreffende de regelgeving inzake Unternehmensverträgen3, niet alleen geleund op de oude vennootschappelijke wetgeving, maar vooral op de herzieningsvoorstellen. Het ontwerp voor de Eingliederung, een aan fusie grenzende vorm van samenwerking tussen vennootschappen (§ 319 e.v. AktG), is daarentegen geheel van eigen hand van de wetgever.4
De Duitse wetgever heeft ook gekozen voor een regeling die een grotere kring van adressanten heeft dan slechts concernvennootschappen. Het derde boek van het AktG gaat dan ook over het recht voor verbonden ondernemingen. Dit recht omvat verschillende gradaties van onderlinge afhankelijkheidsrelaties tussen ondernemingen, ieder met hun eigen rechtsgevolgen. De concernverhouding is één van de mogelijk relaties. Op deze wijze heeft de wetgever getracht om niet alleen in concernverband de belangen van outside aandeelhouders en crediteuren te beschermen, maar ook daarbuiten. Doel van de wettelijke regeling is om een redelijk evenwicht te vinden tussen enerzijds het verkrijgen van bedrijfseconomisch en organisatorisch gewin door middel van de concentratie van ondernemingen en anderzijds de bescherming van de externe deelbelangen. Het AktG beoogt zo bij te dragen aan het mitigeren van het mogelijk conflict dat kan ontstaan tussen het maximaliseren van het vermogen van het concern en het maximaliseren van het vermogen van de ondergeschikte vennootschap.5
Na invoering van het AktG 1965 is de wet een aantal keer aanpast, bijvoorbeeld in 1994 met het toevoegen van bepalingen ten aanzien van informatieverstrekking en controlemogelijkheden bij het aangaan van Unternehmensverträgen.6 Echter, de aard en de opzet van de wet is onveranderd gebleven. De rechtsontwikkeling van het AG-concernrecht is sinds 1965 hoofdzakelijk het domein van de rechtspraak en de praktijk en in mindere mate van de wetgever.