Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/9.4.1
9.4.1 Inleiding
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS494033:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Op grond van deze bepaling worden vennootschappen die in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat zijn opgericht en die hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Gemeenschap hebben, gelijkgesteld met de natuurlijke personen die onderdaan zijn van de lidstaten.
Zie recent nog Kamerstukken I 2007/08, 30 929, C, p. 14 ten aanzien van een stichting en een vereniging.
Zie G.-J. Vossestein in zijn noot onder HvJ EG 13 december 2005, zaak C-411/03 (Sevic Systems AG), JOR 2006/33, S.M. van den Braak, ‘Grensoverschrijdende omzetting van rechtspersonen’, WPNR 2007/6271, p. 688-693 en J.N. Schutte-Veenstra in haar commentaar op HvJ EG 13 december 2005, zaak C-411/03 (Sevic Systems AG), TOR 2006, p. 116-119.
Voor de goede orde merk ik op dat het Sevic-arrest zijn belang heeft verloren voor grensoverschrijdende fusies die vallen onder Richtlijn 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen, PbEU L 310 van 25.11.2005, p. 1.
De voor de omzetting op de voet van art. 2:18 BW in aanmerking komende rechtspersonen van Boek 2 BW, te weten de NV, BV, vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en stichting, kunnen een beroep doen op de door het EG-Verdrag gewaarborgde vrijheid van vestiging. Voor de NV en BV is dat uitdrukkelijk bepaald in art. 48 eerste volzin EG.1 De overige vier Nederlandse rechtspersonen kunnen worden gerangschikt onder het begrip ‘overige rechtspersonen’ in de zin van art. 48 tweede volzin EG en vallen onder de vestigingsvrijheid als zij winst beogen.2 In HvJ EG 13 december 2005, zaak C-411/03 (Sevic Systems AG) is beslist dat het Duitse verbod op een grensoverschrijdende juridische fusie in strijd is met de vrijheid van vestiging van art. 43 EG. Naar aanleiding van dit arrest rijst de vraag of de in paragraaf 9.3.4 hiervóór besproken nationale begrenzing van art. 2:18 BW wellicht ook in strijd is met het Europese recht.3 Hoewel vrij algemeen het Nederlandse ‘verbod’ op grensoverschrijdende juridische fusies en splitsingen op grond van dit arrest in strijd wordt geacht met de vrijheid van vestiging, wordt over het grensoverschrijdende omzettingsverbod in de literatuur verschillend gedacht.4