Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/5.3.1:5.3.1 De hoofdregel: het “Kontinuitätsprinzip”
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/5.3.1
5.3.1 De hoofdregel: het “Kontinuitätsprinzip”
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644863:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor het pandrecht kent het BGB een soortgelijke regeling, zie §1212 BGB.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Anders dan het Romeinse recht kent het Duitse recht geen “slapende” zakelijke rechten. Dit betekent dat als een zaak is nagetrokken, de rechten op die zaak teniet zijn gegaan. Afscheiding leidt dan ook niet tot herleving van zakelijke rechten. Wel is in het Duitse recht, net als in het Romeinse recht, een continuïteitsgedachte na afscheiding zichtbaar. Het BGB kent in §953 BGB een wettelijke bepaling waarin de hoofdregel van afscheiding is vervat. Deze paragraaf bevat het “Prinzip des Kontinuitätserwerbes” dat inhoudt dat de eigenaar van de samengestelde zaak ook eigenaar is van de afgescheiden onderdelen, tenzij de wet anders bepaalt. Het eigendomsrecht van de eenheidszaak wordt naar Duits recht op de afgescheiden zaak bij wijze van rechtsdeling gecontinueerd. Net als de zaak splijt ook het eigendomsrecht. De continuïteit van zakelijke rechten geldt niet alleen bij de afscheiding van wezenlijke bestanddelen, maar ook bij die van onwezenlijke bestanddelen, bijvoorbeeld als vóór de verbinding dit bestanddeel onbezwaard was en toebehoorde aan dezelfde eigenaar als die van de hoofdzaak.
Voor beperkte rechten die op de hoofdzaak rusten geldt hetzelfde als voor het eigendomsrecht: zij komen op de afgescheiden onderdelen te rusten, tenzij de wet anders bepaalt. Deze continuïteitsgedachte van zakelijke rechten na afscheiding is in het BGB terug te vinden in de artikelen omtrent de hypotheek (§§1120-1122 BGB).1 Volgens die bepalingen strekt het hypotheekrecht zich uit tot de losgemaakte bestanddelen of vruchten, mits deze in het bezit zijn van de schuldenaar. De regel uit §1120 BGB stelt niet de zaakseenheid voorop, maar de eigendomseenheid. De afgescheiden bestanddelen blijven ondanks de afscheiding bestanddelen van de verhypothekeerde zaak. Het BGB maakt dus gebruik van een fictie. De continuïteitsgedachte van §1120 BGB botst in dit geval met de gedachte dat een hypotheekrecht slechts op een onroerende zaak kan rusten. Het Kontinuitätsprinzip gaat voor.