Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.2.2.4
6.2.2.4 Combinatie van het doel en het resultaat van de samenwerking
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS363916:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Rule 13(d)(6)-A Securities and Exchange Act 1934. Van een soortgelijke systematiek gaat ook een andere vrijstelling op de meldingsplicht uit (Rule 13(d)(5)). Zie over beide vrijstellingen Colombo 2011, p. 318-321. Toezichthouder SEC is terzake bevoegd nadere regels te stellen en heeft dat ook gedaan, zie Colombo 2011, p. 321. Overigens is het niet zozeer deze uitzondering op de meldingsplicht die voor problemen zorgt, maar veelal de meldingsplicht voor samenwerkende aandeelhouders zelf, zie daarover Briggs 2007, p. 688-689 en p. 691.
Heel in het kort zijn op grond hiervan verboden gedragingen die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst. Zie nader over de uitleg van de gecursiveerde zinsnede HvJ EG 4 juni 2009, ECLI:EU:C:2009:343; NJ 2009/432 m.nt. Mok (T-Mobile Netherlands e.a./NMA), punt 27 e.v.
Deze formulering werd ook voorgesteld in het SER-advies inzake art. 2:107a BW (“Het functioneren en de toekomst van de structuurregeling” van 19 januari 2001, p. 84).
Note 2 bij Rule 9. Zie eerder uitgebreid § 5.3.2.2.
Ten slotte bestaat de mogelijkheid het doel van de samenwerking en het resultaat te combineren. Daarbij is te onderscheiden tussen het doel en het resultaat (sub I) en het doel of het resultaat (sub II). Hoewel het op zichzelf mogelijk is om binnen de combinatievarianten weer een onderscheid te maken tussen het daadwerkelijke en het potentiële resultaat, voegt dat mijns inziens weinig toe (vgl. § 6.2.4).
I. Doel en resultaat
In de eerste combinatievariant is behalve het doel van de samenwerking ook het resultaat daarvan van belang. Enkel indien partijen controleverwerving beogen en daadwerkelijk de controle verwerven ontstaat er een biedplicht. Het resultaat van de samenwerking fungeert als correctiemechanisme in die gevallen waarin samenwerkende partijen weliswaar de controle beogen, maar in werkelijkheid geen sprake is van controleverwerving. In wezen is er sprake van een vermoeden van controleverwerving, dat kan worden ontkracht door aan te tonen dat er geen sprake is van daadwerkelijke controleverwerving.
Deze combinatie (of beter: cumulatie) van doel- en resultaatcriterium wordt – als enige van de onderzochte landen – gehanteerd in de Zwitserse acting in concertregeling (§ 5.8.2.2 sub I). Buiten het kader van het verplicht bod komen we dit tegen in de acting in concert-regeling voor (beheerders van) alternatieve beleggingsinstellingen (art. 4:73 lid 1 sub a Wft; zie eerder § 6.2.2.3). Een buitenlands voorbeeld is te vinden in de federale transparantieregels in de VS. Daar ontstaat een meldingsplicht voor samenwerkende aandeelhouders die direct of indirect meer dan 5% van een klasse aandelen verwerven, tenzij hun afspraak niet geldt als “not entered into for the purpose of, and not having the effect of, changing or influencing the control of the issuer […].”1
II. Doel of resultaat
In de tweede combinatievariant worden het doel en het resultaat als alternatieve criteria worden gebruikt. Deze variant wordt gehanteerd in verschillende andere rechtsgebieden, waaronder het mededingingsrecht (art. 101 lid 1 VWEU).2,3 Onder de verplicht bod-regeling uit de City Code (Verenigd Koninkrijk) worden voorstellen die ertoe strekken of leiden dat een meerderheid in het bestuur wordt verkregen, gezien als board control-seeking:
“If it is proposed to replace the entire board, or if the implementation of the proposal would result in the proposed directors representing a majority of the directors on the board, the proposal will normally be considered to be board control-seeking.”4