Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.3.2.a.i
5.3.2.a.i Privaatrecht
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS466488:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Hoffmann 1935, p. 84; Bappert & Wagner 1956, p. 77; Khadjavi-Goutard 1973, p. 93 e.v. Vgl. ook Bureau de l'Union, Pl 1930, p. 17 r.k. Strafrechtelijke regelingen zijn bijvoorbeeld art. 31-33 Auteurswet en art. 79 Rijksoctrooiwet 1995. De onteigening van intellectuele-eigendomsrechten is een voorbeeld van een bestuursrechtelijke regeling (zie bijvoorbeeld art. 97 e.v. Onteigeningswet); zo ook (sommige) dwanglicenties; zie art. 57 lid 1 Rijksoctrooiwet 1995 (dwanglicentie in het algemeen belang). Terzijde: de term 'bescherming' lijkt in dat verband wat minder gepast, maar valt te begrijpen wanneer men zich realiseert dat onteigening het ontnemen van bescherming is, een dwanglicentie het beperken van bescherming, enz.
Vgl. art. 7 van het ALAI ontwerp-verdrag van 1883 ('En cas d'infraction aux préscriptions qui précèdent, les tribunaux compétents appliqueront les dispositions, tant civiles que pénales, édictées par les législations respectives, comme si l'infraction avait été commise au préjudice d'un national.'). De Berner verdragsopstellers namen deze bepaling niet over omdat zij haar overbodig achten gelet op het beginsel van nationale behandeling (Röthlisberger 1906, p. 249). Vgl. ook de 'condamnations aux peins correctionelles' genoemd in verschillende negentiende eeuwse verdragen, zie noot 180 van hoofdstuk 7.
Hier is een afgrenzingsprobleem denkbaar, dat in de praktijk echter niet lijkt te spelen. Hoe dan ook, het is aan de formeel- en materieel-territoriaal toepasselijke wet om, aan de hand van de algemeen aanvaarde maatstaf dat sprake is van een overheidsinterventie iure imperii (uitoefening van een overheidstaak), te bepalen wat in dit verband onder publiekrechtelijk intellectuele-eigendomsrecht valt.
678. Publiekrechtelijk bescherming en formele territorialiteit. In de eerste plaats dienen wij ons te realiseren dat het beginsel van nationale behandeling in de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs betrekking heeft op de gehele bescherming van de betrokken intellectuele-eigendomsrechten, dus óók op de — in de hedendaagse praktijk overigens minder relevante —publiekrechtelijke bescherming van die rechten, zoals de straf- en bestuursrechtelijke bescherming.1 Voor de verdragsopstellers was het vanzelfsprekend dat dergelijke bepalingen eveneens door het beginsel van nationale behandeling werden beheerst.2 Dergelijk publiekrecht is naar huidige opvattingen (nog steeds) formeel-territoriaal recht: het wordt alleen door de eigen rechter toegepast. Ten aanzien van deze publiekrechtelijke bepalingen bestaat geen 'later gebruik' om formele territorialiteit buiten toepassing te laten. Voor zover het gaat om dergelijke publiekrechtelijke bepalingen kunnen wij de formeleterritorialiteitscomponent dus niet buiten toepassing laten.3