De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/2.3.3:2.3.3 De balans en winst- en verliesrekening van de 403-maatschappij
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/2.3.3
2.3.3 De balans en winst- en verliesrekening van de 403-maatschappij
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250258:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Beckman – Compendium jaarrekening, § 3.8.3.15, voor een voorbeeld van een dergelijke balans en winst- en verliesrekening. Zie ook E.C.A. Nass 2019, p. 19 en 58, die opmerkt dat de 403-maatschappij op grond van art. 31 a lid 2 WOR deze jaarrekening na de vaststelling moet overleggen aan een eventuele ondernemingsraad.
Beckman 1995b, p. 85.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als een 403-maatschappij gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime, is zij van rechtswege vrijgesteld van de verplichting om haar jaarrekening overeenkomstig de voorschriften van titel 9 van Boek 2 BW in te richten. Desondanks gelden er op grond van art. 2:403 lid 1 sub a BW bepaalde voorschriften met betrekking tot de inrichting van de balans en de winst- en verliesrekening. Ten eerste moet de balans de som van de vaste en vlottende activa vermelden. Daarnaast moeten daarin de bedragen van het eigen vermogen, de schulden en de voorzieningen zijn opgenomen. Tot slot moet in de winst- en verliesrekening het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening na belasting en de overige baten en lasten na belastingen zijn vermeld.1
Beckman merkt op dat bovenstaande voorschriften met betrekking tot de balans en winst- en verliesrekening van de 403-maatschappij ten onrechte door de wetgever zijn overgenomen uit art. 38a WJO en art. 2:343 (oud) BW.2 Deze bepalingen kenden geen vrijstelling van de openbaarmakingplicht waardoor een groepsmaatschappij die gebruikmaakte van de jaarrekeningvrijstelling verplicht was om de jaarrekening te deponeren. Beckman vindt het begrijpelijk dat er toen voorwaarden werden gesteld aan de inrichting van de balans en winst- en verliesrekening. Art. 2:403 BW kent echter wel een vrijstelling van de openbaarmakingsplicht. Ik sluit mij daarom bij Beckman aan dat er op dit punt geen noodzaak (meer) bestaat voor bovengenoemde voorschriften met betrekking tot de balans en winst- en verliesrekening van een 403-maatschappij en dat deze bepaling kan worden geschrapt uit art. 2:403 BW.
Ik merk op dat als een 403-maatschappij andere aandeelhouders of leden heeft naast de moedermaatschappij, deze wel belang kunnen hebben bij inzicht in de balans en de winst- en verliesrekening van de 403-maatschappij. Voor hen kan het daarom van belang zijn dat de balans en de winst- en verliesrekening aan de voorschriften van art. 2:403 lid 1 sub a BW voldoen. Voor deze aandeelhouders en leden hoeft het schrappen van art. 2:403 lid 1 sub a BW echter geen bezwaar te zijn aangezien de 403-maatschappij niet zonder hun instemming mag afwijken van de jaarrekeningvoorschriften3 – dit instemmingsrecht komt in de volgende paragraaf uitgebreid aan de orde. Zij kunnen als voorwaarde voor de instemming eisen dat hen informatie wordt gegeven over de vermogenstoestand van de 403-maatschappij en dat deze voldoet aan bepaalde vereisten met betrekking tot de inrichting.